Labels

(Foto: Jiri Bergs)

Als u zich vanochtend tussen zeven en negen met de wagen naar uw werk begaf, durven we er onze linkernier op verwedden dat u in de file stond - als u al niet van de weg geramd werd door een dolle vrachtwagen. Minister van Mobiliteit Hilde Crevits maakt zich sterk dat ze alles op alles zet om het Vlaamse verkeersschip uit de zee van ellende te sturen, maar niet iedereen ziet dat even rooskleurig in. "Het is dweilen met de kraan open."


Deze week stelt Vlaams minister van Mobiliteit Hilde Crevits (CD&V) haar file-indicatorenrapport van het voorbije jaar voor. Veel rooskleurige signalen moeten we daar niet van verwachten, maar dat had u zelf ook al gemerkt aan de ellenlange congalijn waarin u elke ochtend staat aan te schuiven. Uit het filerapport van mobiliteitsorganisatie Touring Mobilis van januari bleek al dat de filelengte in Vlaanderen vorig jaar een nieuw record bereikte. Op 12 maart stond op Vlaamse wegen - mede door de onverwachte sneeuwval - liefst 1671 kilometer opstopping. Zo werd voor het vijfde jaar op rij een Vlaams filerecord gevestigd, een schrijnend hoogtepunt sinds de start van de metingen in 2008.

Het Vlaamse verkeersnet is dan ook met een vingerknip verstoord, weet Danny Smagghe, woordvoerder van Touring. "Aangezien de wegen tijdens de spits helemaal verzadigd zijn, kan zelfs een klein ongeval meteen zorgen voor een opeenstapeling van files." Het afgelopen jaar gaf de filebarometer van Touring gedurende 36,5 uur meer dan 300 kilometer aanschuiven aan - meer dan een verdubbeling tegenover de 16?4 uur van 2012.

En naar de oorzaak van die filestijging is het niet lang zoeken, sneert Smagghe. "De overheid is nalatig geweest. In Nederland zijn de files met 40% teruggedrongen door aanzienlijke investeringen in het wegennet. In Vlaanderen zijn er ruim twintig knelpunten die al 30 jaar om een opknapbeurt schreeuwen. De politiek is veel te laat in actie geschoten, waardoor wij nu met een hoofdwegennet te maken hebben dat in de jaren '70 werd aangelegd."

Tot overmaat van ramp spelen ook de vele wegenwerken in Vlaanderen - nochtans broodnodig om het hoogbejaarde wegennet op te knappen - een rol in de filestijging. "Door die zure appel moeten we heen," klinkt het bij Cybelle-Royce Buyck, woordvoerster van Hilde Crevits. "Je kan je niet enerzijds druk maken over putten in de wegen en anderzijds klagen over wegenwerken." Met andere woorden: je kan geen omelet bakken zonder schalen te breken.

Alleen jammer dat het breken zo tergend traag gaat. Die aarzelende aanpak zien we terug terug bij tal van andere dossiers - denk maar aan het alcoholslot, het wegenvignet, of het inhaalverbod voor vrachtwagens bij regenweer - waar eindeloos over gepalaverd wordt, maar waar in de realiteit weinig van te zien is. Het blijkt symptomatisch voor het Belgische verkeersbeleid: veel bla bla, weinig boem boem.

 Zuurstof 

Intussen is het vooral in Brussel duimendraaien geblazen. In 2012 stonden automobilisten op de Brusselse ring gemiddeld 83 uur vast - zwarte cijfers waarvan ze zelfs in grootsteden als Londen of Parijs steil achterover vallen. In 2013 namen de files op de Ring zelfs nog met 10% toe, waardoor u nu nog meer tijd heeft om uw kas op te fretten als Hilde Crevits in De Ochtend op Radio 1 doodleuk haar plannen voor de Brusselse Ring komt toelichten.

Vanaf 2016 wil Crevits de Brusselse Ring namelijk in twee hakken. Aan de binnenkant komen drie rijstroken voor wie de Ring wil oversteken, en aan de buitenkant blijven één of twee stroken voorbehouden voor lokaal verkeer dat slechts enkele afritten verder moet. Om dat vlot te laten verlopen komen er tussen Groot-Bijgaarden en Zaventem extra rijstroken - een investering van 380 miljoen euro, die tegen 2020 moet zorgen voor 6,7 miljoen uur minder file. De duizenden omwonenden krijgen de extra dosis smog en fijn stof er gratis bovenop.

Mobiliteitsexperts als Johan De Mol (Universiteit Gent) zijn sceptisch. "Die ingreep op de ring tempert de files hooguit vijf jaar. Een bredere ring met iets vlotter verkeer, zuigt gewoon meer wagens aan." Of zoals de Amerikaanse transportgoeroe Roy Kienitz het gevleugeld verwoordt: "de wegen verbreden om files op te lossen, is zoals obesitas bestrijden met een lossere broeksriem."

Bovendien zijn de Vlaamse investeringen volgens Danny Smagghe een peulschil, een druppel op een hete plaat. "Momenteel betalen de Belgische automobilisten 15 miljard euro per jaar bij aan allerhande accijnzen en verkeersbelastingen. En wat krijgen ze ervoor terug? Stilstand. Wat wil je, als die vijftien miljard niet terug wordt geïnvesteerd in mobiliteit. Amper 900 miljoen vloeit terug naar de wegen, 4 miljard gaat naar het openbaar vervoer, en de rest gaat naar de staatskas. In plaats van dat allemaal te investeren in mobiliteit!"

En enkel snelwegbeton volstaat niet, vindt Johan De Mol. "De Vlaamse regering probeert verkeersinfarcten op te lossen door extra wegen te bouwen. Maar ik betwijfel of dat volstaat om de files weg te werken. Zolang er geen valabele vervoersalternatieven voor de wagen komen, is het dweilen met de kraan open. Je moet maar eens met de fiets langs de gewestwegen trekken: dat is levensgevaarlijk."

Ook de tramlijninvesteringen waarover Hilde Crevits zich graag op de borst klopt, moeten het ontgelden bij De Mol. "In het Franse Lyon legde men op 3 jaar tijd 18 kilometer tramweg aan. In Gent kwam er op 10 jaar 300 meter. 300 meter! Dan zie je toch dat er iets scheelt? Die rekening gaan we vroeg of laat nog gepresenteerd krijgen."

 Wegenvignet 

Maar in plaats van eerst in te zetten op alternatief vervoer om de files te temperen, zet de Vlaamse regering in op een beproefd recept: de burger treffen in zijn portefeuille. Sinds begin deze maand loopt - ondanks een internetpetitie van 170.000 verbolgen Belgen - bij 1.200 proefpersonen rond Brussel een experiment met rekeningrijden. Daarbij betalen bestuurders naargelang het uur van de dag waarop, en het aantal kilometers waarvoor ze zich op de weg begeven.

In de ideale wereld van de verkeersdeskundigen vervangt die heffing de eenmalige inschrijvingstaks en de jaarlijkse verkeersbelasting. Al is dat waarschijnlijk een schamele troost als u weet dat woon-werkverkeer van Gent naar Brussel rijden u aan de huidige tarieven al gauw 1.200 euro per jaar kost. Als uw werkgever geen barmhartige Samaritaan is met oceaandiepe zakken, moest u al aan het bidden zijn.

Toch is mobiliteitsexpert Johan De Mol er gerust in. "Het is telkens hetzelfde liedje: men rakelt het rekeningrijden op, en lanceert vervolgens een proefproject om het over de verkiezingen heen te tillen. En dan laat men dat dossier weer liggen."

De definitieve beslissing voor rekeningrijden is dus voer voor de volgende Vlaamse regering, maar zelfs als dat niets wordt, ligt er lekkers voor de schatkist in het verschiet. Na eindeloos palaveren - het voorstel ligt al sinds 2007 ter tafel - komt er in 2016 eindelijk een wegenvignet voor personenwagens. En u bent niet de enige die daarvoor een duit in het zakje mag doen: dat geldt zowel voor rijksbewoners als voor buitenlanders.

Ook vrachtwagens ontspringen de dans niet. Binnen Peeters II werd deze legislatuur besloten om tegen 2016 een slimme kilometerheffing in te voeren voor trucks. Die moet jaarlijks een miljard euro opleveren. Ook buitenlandse vrachtwagens zouden bij het binnenkomen van ons land een kastje moeten installeren dat registreert op welke wegen ze hun kilometers malen - en zouden navenant moeten dokken.

Maar De Mol stelt zich vragen bij de verdiensten van het voorstel. "Ik wil nog wel eens zien wat er gebeurt als plots alle vrachtwagenmaatschappijen een extra kilometerheffing moeten betalen. Volgens mij zullen ze dat gewoon doorrekenen in de prijs van de producten die ze vervoeren. Zo betaalt de consument er alsnog zelf voor."

 Alcoholslot 

De Belgische verkeersellende eindigt niet bij fileleed. Als het dan toch eens vooruit gaat, duurt het niet lang of er knallen alweer twee voertuigen tegen elkaar. Uit de Verkeersonveiligheidsenquête van het Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid (BIVV) blijkt dat 1 op 9 Belgen al bij een ongeval met blikschade betrokken raakte - 1 op 5 kent zelfs iemand die betrokken was bij een dodelijk ongeval.

Alles samen was dat in 2012 goed voor 44.193 letselongevallen, waarbij 57.707 gewonden vielen en 767 doden. Het gaat dan wel om de laagste ongevallen- en slachtoffercijfers ooit, maar het zijn nog steeds tragische cijfers die mijlenver verwijderd zijn van de 0 verkeersdoden die de Vlaamse regering tegen 2050 voor ogen heeft.

Alcoholgebruik blijkt een cruciale rol te spelen - bij weekendongevallen blijkt liefst 42,5% van de betrokkenen gedronken te hebben. Ook het gejuich om de geslaagde BOB-campagne van de voorbije eindejaarsperiode, waarbij amper 3% van de geteste bestuurders te diep in het glas had gekeken, bleek van korte duur. Eens de Nieuwjaarsrecepties voorbij zijn en de wegpolitie niet meer op elke straathoek met lichtgevende salami's staat te zwaaien, blijken alle remmen los te gaan. Zo liep bij een recente controle langs de A12 alweer een vierde van de 124 tegengehouden bestuurders tegen de lamp.

Om daar definitief paal en perk aan te stellen eisen verkeersveiligheidsorganisaties al jaren een verhoogd gebruik van het alcoholslot voor personenwagens. Al lijkt dat verdacht hard op roepen in de woestijn - en dan nog naar een schijnbaar potdove federale staatssecretaris Melchior Wathelet (CDh). Want hoewel de wetgeving voor het slot al drie jaar bestaat, werden pas recent voor het eerst vier wagens met zo'n slot uitgerust. En dat terwijl in Nederland al 6.000 nuchtere wagens rondtuffen.

Ook daar staken typisch Belgische obstakels de kop op, zucht Ellen Opdenakker van het BIVV. "Er was geen startdatum vooropgesteld, pas in 2012 werd een dienstencentrum erkend, en de databank staat nog niet op punt. Bovendien is zo'n alcoholslot in Nederland een administratieve sanctie, terwijl in België een rechterlijke veroordeling vereist is. Wij betreuren die trage start dan ook."

Maar ook daar ziet Johan De Mol het somber in. "Ik denk niet dat men in België bereid is om naar een echte nultolerantie op alcoholvlak te gaan. Ik kwam vroeger vaak op nieuwjaarsrecepties van politiediensten. Als ik zag wat daar gedronken werd… Drie dagen later staan die mannen wel alcoholcontroles te doen. Zolang men zo vergevingsgezind is voor mensen in functie die tegen de lamp lopen, zie ik dat niet goed komen. Maar eigenlijk zou je zo'n alcoholslot moeten inbouwen in alle voertuigen die gevaar opleveren voor inzittenden en omstaanders - bij alle vracht- en busvervoer dus."

 Dodentol 

Die vrachtwagens blijven alleszins een problematische factor in het verkeer: in 2012 waren ze nog goed voor 2.310 ongevallen, gemiddeld zes per dag. Dramatisch, want vrachtongevallen leveren gemiddeld drie keer meer dodelijke gevallen op dan personenwagenschade. Meer zelfs: terwijl het aantal doden bij andere vervoersvormen daalt, blijft de dodentol bij vrachtvervoer de laatste drie jaar stabiel rond 110 levens.

Toch mogen trucks bij regenweer mekaar nog steeds vrolijk en quasi onbestraft inhalen op Belgische wegen. Ondanks een inhaalverbod bij neerslag uit 2007, werden in 2009 amper 547 inbreuken vastgesteld, terwijl u bij een gemiddelde regenrit op de snelweg om de haverklap een carwash cadeau krijgt van inhalende drietonners. Volgens een recente meting van Touring lapt immers een vierde van de chauffeurs dat verbod nog steeds aan zijn laars.

Het probleem ligt bij de signalisatie, weet Danny Smagghe. "90% van de verbodsnegeerders zijn buitenlandse chauffeurs. Zij kennen het verbod doorgaans niet - in het buitenland is zo'n verbod onbestaande - en daarom vragen wij de regering om betere signalisatie aan te brengen. Zeker aan grensovergangen."

Op het kabinet van Hilde Crevits weerlegt Cybelle-Royce Buyck dat. "Verspreid over Vlaanderen hebben we 233 F107-borden die het verbod aankondigen - dat lijkt me toch vrij aanzienlijk." Wanneer we naarstig naar dat legendarische bord op zoek gaan - wij hebben er namelijk nog nooit één mogen aanschouwen - vallen we haast van onze stoel: het blauwe, rechthoekige F107-bord kondigt net een uitzondering op het inhaalverbod aan. Radicaal het foute bord, dus.

Als zelfs de signalisatieverantwoordelijken hun borden niet meer uit elkaar kunnen houden, wordt het natuurlijk moeilijk. Al blijkt zelfs het juiste bord voer voor gevorderden: de schamele borden die aan de grensovergangen het verbod aangeven hebben meer van uit de hand gelopen rebussen dan van duidelijke verbodstekens.

 Versnippering 

Maar niet enkel op Vlaamse wegen heerst stilstand en geklungel. Ook de administratie moet er aan geloven bij Touring Mobilis-woordvoerder Danny Smagghe. "Alle dossiers in ons land slepen lang aan. Bij Touring durven we daar al lang ons hoofd niet meer over breken. Kijk naar hoe men omging met de Oosterweelverbinding: de eerste besprekingen dateren van 18 jaar geleden. En tegen de voltooiing zullen we alweer dertig jaar verder zijn."

Het voornaamste pijnpunt van het Belgische verkeersbeleid legt Smagghe bij de versnippering van bevoegdheden. "Als ik praat met buitenlandse collega's ben ik altijd jaloers dat zij kunnen onderhandelen met één minister die bevoegd is voor mobiliteit en infrastructuur in hun land. Bij ons zijn het er al twee voor Brussel alleen. Dan is er nog de Vlaamse minister, twee in Wallonië, en een federale staatssecretaris. Een hopeloze versnippering."

Door de zesde staatshervorming - u weet wel, dat pakket waarvoor we 541 dagen zonder regering zaten - komt in de volgende legislatuur alweer een deeltje van het federale verkeersbeleid naar de gewesten. Zo krijgt Vlaanderen er onder andere het rijbewijs, de snelheidsbeperkingen op gewestwegen en de opbrengsten van flitsboetes bij, wat tot een homogener beleidspakket moet leiden.

Maar volgens Smagghe zet het geen zoden aan de dijk. "Touring was nooit voorstander van die regionalisering. Mobiliteit stopt niet aan de taalgrens. Nu moeten gewestregeringen allerhande commissies oprichten om te vergaderen over pakketten waarover ze individueel bevoegd zijn. Neem nu de rijopleiding: het kan toch niet dat die in Wallonië simpeler zou zijn dan in Vlaanderen? We gaan echt in tegen de trend. Waar in de meeste landen verkeersbeleid meer de Europese toer op gaat, blijven wij opsplitsen. Contraproductief, als je het mij vraagt. Zo raken we pas echt niet meer vooruit."

Hilde Crevits: "We zijn aan een inhaalbeweging bezig"
De aanklachten tegen de doffe ellende op Belgische wegen klinken oorverdovend luid, maar Vlaams CD&V-minister van Mobiliteit Hilde Crevits maakt zich sterk dat het departement alle zeilen bijzet. "Er is inderdaad decennialang te weinig geïnvesteerd in ons wegennet. Die achterstand op autosnelwegen willen we tegen eind 2015 wegwerken, zodat we ons daarna volledig op de gewestwegen kunnen toespitsen. Maar als je jaarlijks honderden kilometers wegenwerken uitvoert, is extra hinder nu eenmaal onvermijdelijk."

Intussen oogst de verbreding van de Brusselse Ring kritiek: een mooie tijdelijke oplossing, maar binnen vijf jaar staat het daar weer vol.
CREVITS: "Het gaat niet om een zuivere verbreding, maar om een optimalisatie in functie van de verkeersveiligheid. Nu wisselt de wegbreedte te vaak van zes rijstroken naar drie en terug naar vijf. Die flessenhalzen werken we weg. Bovendien zorgen we door lokaal en doorgaand verkeer te scheiden voor minder afremmende invoegmanoeuvres en dus ook voor minder ongevallen. En misschien trekt dat vlotter verkeer wel meer wagens aan, maar dat is verkeer dat anders zijn toevlucht neemt tot het tunnelcomplex en andere sluipwegen in het centrum van Brussel. En zo geven we ook de hoofdstad meer zuurstof."

Volgens Danny Smagghe van Touring heeft het Vlaamse mobiliteitsbeleid meer geld nodig. Hij begrijpt niet dat maar een fractie van de 15 miljard autobelastingen die de Belgen betalen, maar een fractie geïnvesteerd wordt in wegen.
CREVITS: "Het beeld is genuanceerder: een groot deel van dat budget is federale materie, waar wij niet over kunnen beschikken. Maar ondanks de besparingen van de regering-Peeters II zijn de budgetten voor ons departement net gestegen. Voor die inhaalbeweging op het wegennet, maar ook omdat we nu eenmaal andere katten te geselen hebben dan nieuwe wegen bouwen. We investeren bijvoorbeeld ook stevig in fietspaden, waterwegen en nieuwe tramlijnen om  de verkeersdruk te verlagen."

Ook de signalisatie van het inhaalverbod voor vrachtwagens bij regenweer wordt aan de kaak gesteld. 1 op 4 negeert dat verbod: enkel wat borden aan de grens volstaat duidelijk niet.
CREVITS: "Meer controle door de politie kan er zeker ook toe bijdragen om het verbod beter te laten opvolgen. Maar wat de signalisatie betreft: dat is in andere landen nochtans niet anders: ook daar heb je bij het binnenrijden een mooi overzichtsbord met de geldende bepalingen. Frankrijk staat toch ook niet vol met panelen langs de kant van de weg? Het Verkeerscentrum Vlaanderen bekijkt in hoeverre de dynamische borden langs de wegen kunnen worden gebruikt om het inhaalverbod bij regenweer verder te promoten. En trouwens: de mensen klagen steeds dat er sowieso al te veel verkeerstekens langs de weg staan. Je moet daar toch ergens een gulden middenweg in vinden?"