![]() |
| Kranige Olympiër: Hubertus von Hohenlohe |
Net als op melk en de geloofwaardigheid van politici staat
ook op topsporters een vervaldatum. In fysiek belastende sporten blijkt de tijd
van gaan vaak gekomen rond 35 jaar, maar er zijn toch bijtertjes die maar wat
graag het tegendeel bewijzen. Zoals deze sportbompa's, die zo lang doorgaan als
hun kunstheupen het toelaten.
1. Hubertus von
Hohenlohe, 55
De enige Mexicaan op de voorbije Winterspelen in Sotsji
kaapte dan wel geen medailles weg in het alpineskiën, maar hij mag zich wel met
ruime voorsprong op de beste naam van de Spelen beroemen. Die heeft hij te
danken aan zijn Duitse afkomst: hij werd in Mexico geboren, maar zijn ouders
droegen de oude adellijke titel van prins en prinses van Wurttemberg. En dat is
niet de enige adelbrief die von Hohenlohe kan voorleggen: met zijn 55 jaar was
hij veruit de oudste atleet die meedeed, en zonder twijfel de best geklede. Hij
daalde de Russische heuvels af in onvervalst mariachi-kostuum, om zo het
Mexicaanse skiën in de kijker te zetten. Helaas leverde dat - net als op de
vorige zes Spelen waaraan hij meedeed - geen eremetaal op.
2. Stanley Matthews,
50
"Denk je dat je nog een paar jaar in je hebt?"
vroeg Blackpool-manager John Smith in 1947 aarzelend aan de 32-jarige Stanley
Matthews toen hij hem wegkocht bij Stoke City. De kwieke rechtsbuiten, die op
dat moment al bekend stond als "de Dribbeltovenaar", bevestigde. En
hoe: na 15 seizoenen en 379 wedstrijden voor The Tangerines - waarin hij zich
onder andere tot Europees Voetballer van het Jaar mocht kronen - verkaste hij
op 46-jarige leeftijd terug naar oude liefde Stoke, dat hij in twee seizoenen
terug naar de hoogste divisie in Engeland bracht. Zijn internationale carrière
had hij vier jaar eerder beëindigd, toen hij met 42 jaar en 85 selecties de
oudste Engelse international ooit werd. Nadat hij het gros van het seizoen
'63-64 aan zich voorbij moest laten gaan door blessures, zette hij in 1964 een
punt achter zijn rijkgevulde loopbaan door op 50-jarige leeftijd op het hoogste
niveau te stoppen. "Te vroeg," zou hij achteraf klagen.
3. Jeannie Longo, 56
Wielrenners durven al eens langer dan gewoonlijk meedraaien
- toen Lance Armstrong bij zijn comeback in 2009 derde eindigde in de Tour,
telde hij ook al 38 lentes - maar de Française Jeannie Longo blijft de
onbetwiste koersdino bij uitstek. In haar 36-jarige carrière werd ze in
verschillende disciplines dertien keer wereldkampioen en 59 keer Frans
kampioen, brak ze zes keer het werelduurrecord en behaalde ze vier Olympische
medailles, waaronder een gouden plak in de wegrit van Atlanta 1996. Toen ze in
Peking 2008 op 50-jarige leeftijd deelnam aan haar zevende Olympiade werd ze 24e
op 33 seconden van winnares Nicole Cooke, die één jaar oud was toen Longo in
1984 toe was aan haar eerste Spelen. Haar laatste Franse titel behaalde ze in
2011, maar sinds ze later dat jaar in opspraak kwam met dopingperikelen, lijkt
haar ster getaand: in het meest recente Franse kampioenschap tijdrijden
strandde Mamie Vélo op een negende plek.
4. John Whittemore,
104
Maar al deze ouwe rakkers worden probleemloos overschaduwd
door John Whittemore. Die kranige Amerikaan kroonde zich in 2004 op de frisse
leeftijd van 104 jaar tot "oudste atleet ter wereld", toen hij zich
op een Mastersatletiekmeeting (een competitie voor atleten vanaf 35 jaar) aan
het speerwerpen waagde. Nadat hij er goed halfuur over deed om met zijn looprekje
de 100 meter van de parking naar de competitiezone te overbruggen, domineerde
hij zijn leeftijdscategorie (hij was de enige deelnemer) door een speer van 4
kilo 3.35 meter ver te gooien. Al bij al geen slechte prestatie, vanuit
stilstand. Zo ziet u maar: zelfs voor oude knarren is er nog hoop. Kop op,
Timmy Simons! (NDL)



