![]() |
| (Foto: DeRaaskalderij) |
REACTIES // Vijf jaar na losbarsten bankencrisis: heeft de sector zijn lesje geleerd? // Ivan Van de Cloot: "De banken lachen mensen uit"
Toen de financiële crisis in 2008 ook ons land met een bezoek vereerde, moesten grootbanken Fortis, Dexia en KBC met overheidsgeld van de ondergang behoed worden. Sindsdien heeft de Belgische bankensector echter vooruitgang geboekt, zegt sectorfederatie Febelfin. Maar econoom Ivan Van de Cloot van denktank Itinera heeft zijn twijfels. "De realiteit is dat we nog niet kunnen verzekeren dat wat in 2008 gebeurde, vandaag uitgesloten is.
Maar dat vraagteken belooft weinig goeds, vindt ook econoom Ivan Van de Cloot van denktank Itinera. "De realiteit is dat we nog niet kunnen verzekeren dat wat in 2008 gebeurde, vandaag uitgesloten is. In die zin staat het vraagteken er terecht, maar we moeten er dan wel de juiste conclusies aan verbinden. En dat doet Febelfin vandaag helaas niet. De bankenfederatie waarschuwt nu voor "overregulering" in de sector. Dat is gewoon choquerend voor de burgers die zo'n grote offers hebben gebracht om het systeem overeind te houden."
Febelfin geeft wel aan dat het risicobeleggen is teruggeschroefd met 40% sinds 2007. Dat moet helpen om nog zo'n crisis te voorkomen.
VAN DE CLOOT: "Ze speculeren inderdaad minder, maar het tegendeel zou nogal straf zijn. We hebben net een enorm trauma opgelopen, hé. Bekijk het zo: de markt is manisch-depressief. In depressieve fases, zoals nu, is men minder bezig met risicobeleggen. Maar vandaag hebben we geen enkele garantie dat als er weer een manische fase komt - en de geschiedenis leert ons dat die er altijd komen - de banken aan de verleiding om dat soort creatieve activiteiten te ontplooien zullen kunnen weerstaan."
"Dat moeten we dan ook structureel verhinderen, door een splitsing tussen zakenbanken en spaarbanken. Het bankwezen moet zich opnieuw stoelen op gezond en saai bankieren. Spaargeld moet gaan naar de financiering van gewone bedrijven en gezinnen, door hen leningen te verstrekken. De bescheiden opbrengst van een spaarboekje vergoedt een spaarder namelijk niet voor het risico dat zakenbanken met zijn centen nemen. Dat men dat soort zaken nog altijd verdedigt, is gewoonweg hallucinant. Want zolang de overheid garant staat voor spaargeld, is dat in principe gratis geld, gesubsidieerd door de staat. En daar moet je niet mee speculeren."
Ook het bancair toezicht zou aangescherpt zijn. Nochtans zit met Jean-Paul Servais nog steeds dezelfde man als in 2008 aan de top van bankenwaakhond FSMA.
VAN DE CLOOT: "Als iemand zo faalt, is het compleet onbegrijpelijk dat hij zijn job gewoon verder mag doen. Het is ook naïef en roekeloos te geloven dat het volstaat dat de toezichthouder volgende keer beter bij de les is. We moeten realistisch zijn: er is een asymmetrie tussen de stropers en de boswachters. Aan de zijde van de banken zijn duizenden mensen bezig met creatieve constructies om bepaalde regels te omzeilen, en daar staat slechts een handvol mensen van de toezichthouder tegenover."
Febelfin stipte wel aan dat banken momenteel moeite hebben om voldoende winst te maken om de economie te stimuleren. De verplicht grotere kapitaalbuffers en de forse bankentaks - 20% van hun nettowinst wordt afgeroomd - worden met de vinger gewezen.
VAN DE CLOOT: "Daar worden mythes gecreëerd. Zeggen dat de hogere kapitaaleisen zorgen dat banken minder geld kunnen uitlenen, is mensen gewoon uitlachen. Integendeel: hoe meer een bank is gekapitaliseerd, hoe meer ze kan uitlenen. Dat is gewoon een morele buffer: als het slecht afloopt met een bank en de buffer is voldoende groot, kan de bank zelf de verliezen absorberen. Anders wordt de schuld afgewenteld op de maatschappij."
"De banken moeten gewoon accepteren dat de wereld veranderd is. Ook zij moeten nu een transformatie ondergaan. Ze moeten efficiënter worden, maar elke bedrijfsleider maakt dat mee. Dan moet je niet wenen, je moet er gewoon de schouders onder zetten. Maar de banken lijken die ondernemingszin niet te vertonen. Ze hebben te lang de luxe gehad om met middelen van de maatschappij te kunnen werken."
