![]() |
| (Foto: Excalibur) |
De grote charme van computerspelletjes is dat ze de speler toelaten zich volledig onder te dompelen in een virtuele wereld. Voor veel mensen is dat de enige kans om in de huid te kruipen van een onversaagde soldaat (Call of Duty), een bloedgeile archeologe (Tomb Raider) of een loodgieter op paddo’s (Super Mario Land). Maar dergelijke avonturen vol actie en spanning zijn niet voor iedereen weggelegd. Toch is er hoop voor wie zijn pacemaker niet wil overbelasten of zwakkere zenuwen heeft dan Eva Pauwels, en niettemin een potje wil gamen.
Zo kan u voor een rustige wandeling gaan in Walk it Out (2010), een spel van Konami voor de Nintendo Wii dat u voor amper 34 euro op de kop kan tikken. Het profileert zich als een welkome afwisseling voor andere, véél te vermoeiende Wii Sports-spelletjes als tennis of boksen. In Walk it Out wandelt uw personage namelijk rond in een kleine stad… en dat is het zo’n beetje.
De makers beseften wel degelijk dat dit soort spel snel saai kon worden – alle voetpaden liggen egaal, en er is geen hondenpoep om te ontwijken – dus staken ze liefst 120 liedjes in het spel. Toegegeven, 100 ervan klinken als generische Japanse pop, maar het klassieke meesterwerk Boom Boom Pow van de Black Eyed Peas krijgt u er wel gratis en voor niets bij. De ontwerpers zijn ook trots op hun ‘unieke’ motivatiesysteem: door te wandelen verdient u punten waarmee u bepaalde gebouwen in de stad kan kopen. Als dat geen manier is om Anthony Vanden Borre eindelijk weer fit te krijgen, weten we het ook niet meer. Hoewel: u wandelt vooral door de Wii-controler in uw broekzak te steken en ter plaatse te trappelen. U moet immers binnen het bereik van de Wii-console blijven, of wat had u gedacht.
Voor wie zelfs Walk it Out nog te veel inspanning vergt – we kijken naar u, Wilfried Martens – of niets liever doet dan zijn avonden aan de haard spenderen – iets dat jullie samen kunnen doen, Miet Smet! – is er gelukkig nog Fireplacing (Nintendo, 2010). Daarmee verandert u uw televisiescherm “in een echte vuurhaard, met realistische graphics en vlammen die je bijna zullen verbranden!”, al laat u de brandwondenzalf best nog even in de kast. Het revolutionaire aspect van deze hyperrealistische open haard-simulator is dat u zelf de houtblokken op het vuur moet stapelen door op de A-knop te drukken. Vervolgens steekt u het vuur aan door op de A-knop te drukken, waarna u met een blaasbalg het vuur kan aanwakkeren door… op de A-knop te drukken.
Bent u werkloos en wil u op een rustige manier uw eerste stappen zetten in een nieuwe en veelbelovende carrière, dan kan u de smaak van het werkmansleven te pakken krijgen in Garbage Truck Simulator (2011, Excalibur Publishing, €39). Zo is Nicolas Liébart van de Pfaffs ook eindelijk aan werk geraakt. In GTS speelt u een gemeenteambtenaar die de straten schoon moet houden – maar dan niet op de manier waarop Batman dat doet. U rijdt simpelweg van vuilzak naar vuilzak, parkeert de wagen, wacht tot uw collega het afval in uw truck gekeild heeft, en rijdt weer lustig verder.
Ook GTS neemt zijn simulatie-aspect serieus: u krijgt boetes als u crasht of te snel rijdt, al moet u al een flinke afdaling vinden om met uw vuilkar sneller te gaan dan 50 kilometer per uur. Alleen jammer dat er nog geen geurtelevisies bestaan, of u kon helemaal in de ervaring opgaan. Al helpt het ook als u gewoon zo verslaafd raakt aan al deze spelletjes dat u het vuilnis vergeet buiten te zetten, maar dat zou wel erg ironisch zijn. En eerlijk gezegd, ook een beetje meelijwekkend.
