Labels

(Foto: Discovermag)

Laserstralen, ruimtevaart, ultra-absorberend, zijdezacht wc-papier en, recentelijk, synthetische hamburgers: de moderne wetenschap voorziet ons van talloze wonderen. Maar het cliché van de waanzinnige wetenschapper komt niet zomaar uit de lucht vallen. Gezien de geschifte prestigeprojecten die vandaag in laboratoria worden bekokstoofd, is het een mirakel dat we nog niet met z’n allen de pijp uit zijn. Of zit u te wachten op allesverterende robots?


 1. Spelen met beestjes 

Waar zijn ze nu weer mee bezig?
Als er één ding is waar wetenschappers aanleg voor hebben – behalve seksueel contact ten allen prijze vermijden – is het experimenteren op onschuldige dieren. Zo slaagden wetenschappers aan de universiteit van Nottingham er in 2007 in om de genen die stress en agressie veroorzaken uit varkens te verwijderen. Varkens zijn namelijk intelligente wezens die emotioneel leiden onder hun gevangenschap. Hoe zou u zelf zijn, als u weet dat u in uw volgend leven een hotdog wordt.

Door het stressgen te verwijderen – en hen in essentie tot zombies te herleiden - zouden de krulstaartigen gemakkelijker te vangen en naar de slachtbank te leiden zijn. Tiens, loopt dit experiment al niet een paar jaar bij Royal Antwerp FC?

Daarnaast kweken wetenschappers nu al organen in varkens die bedoeld zijn voor transplantaties in mensen. ‘Zombievarkens’ zouden dan ook gemakkelijkere proefkonijnen zijn om dergelijke research te doen. Maar het is nog zeer de vraag of de longen die u erft van een stressloos varken er ook niet voor gaan zorgen dat u het plots minder erg vindt wanneer uw vrouw u verlaat, dat u ontslagen bent, of dat de prijs van het bier weer gestegen is. Anderzijds: misschien is dit dé manier om Jonathan Blondel eindelijk te kalmeren. 

Dat gaat compleet uit de hand lopen!
Zombievarkens zijn echter het minste van onze zorgen: van iets dat fluitend op een slagersmes afloopt moeten we geen schrik hebben bij de Grote Dierenrevolutie. Maar biologen aan de universiteit van Cleveland toverden in 2008 een aantal genetisch gemodificeerde muizen uit hun hoed. Ze verwijderden het biochemische proces dat explosieve energie-uitbarstingen regelt, waardoor het uithoudingsvermogen van de muizen drastisch werd verhoogd.

Daardoor konden ze tot acht kilometer lopen, aan een snelheid van 20 meter per minuut, vijf uur aan een stuk. Cijfers waarvan Jean-Pierre Van Rossem alleen maar kan dromen. De muizen zouden bovendien ook langer leven, meer eten, en tot drie keer per dag paren – al verzekert de beursgoeroe ons daar een pak minder problemen mee te hebben.

PEPCK-C, het enzym dat dit gedrag veroorzaakt, zou gebruikt kunnen worden om een aantal chronische spierziektes te bestrijden. Maar de onderzoekers geven wel grif toe dat het “goed mogelijk” is dat het gebruikt wordt om spierversterkende middelen voor atleten te vervaardigen. Aangezien het ook levensduurte en libido verhoogt, lijkt het weliswaar het wondermiddel dat uw spammailbox u al jaren belooft, maar stel u voor dat Peter Van de Veire nóg meer energie in zijn radiomarathons kan steken.

Het hek gaat pas helemaal van de dam…
Als de genetisch gemodificeerde muizen ooit het lab uit raken. Muizen dragen doorgaans immers meer ziekten in zich dan de doorsnee hitsige tiener in de Carré te Willebroek. Als de knaagdiertjes dan ook nog eens in staat zijn vijf keer verder te lopen dan normaal, staan we aan de vooravond van een wereldwijde pandemie.

Het kan zelfs nog erger: aan het Salk Institute for Biological Studies in San Diego wordt gewerkt aan een manier om menselijke hersencellen te laten groeien in muizenfoetussen. Dat moet beter onderzoek naar ziektes als Parkinson mogelijk maken, maar laat u niet in de luren leggen: het is een kwestie van tijd vooraleer de muizen onze intelligentie overnemen. Van zodra er eentje een Mexicaans accent ontwikkelt, een sombrero draagt en ‘Andale Andale, Arriba Arriba!’ roept, mag u een schietgebedje prevelen.

 2. Spelen met robots 

Waar zijn ze nu weer mee bezig?
Machines zouden onze trouwe slaafjes moeten zijn, maar wetenschappers doen steeds meer hun best om een robotrevolutie mogelijk te maken. En geloof ons, die zal er een pak minder jolig uitzien dan de Pixar-sof Wall-E. 

Zo werkt DARPA, het agentschap dat bekend staat om de geschifte wapens die het ontwikkelt voor het Amerikaanse leger, aan de ‘Energetically Autonomous Tactical Robot’, ofte EATR. Een afkorting die verdacht goed uitkomt, want de motor van het wandelende stuk onheil is zo gebouwd dat de machine een stuk biomassa – zowat alle natuurlijk producten, van hout tot mensenvlees – kan grijpen en verbranden in zijn stalen ‘maag’, om het zo te gebruiken als brandstof. Een soort mechanische Maggie De Block, quoi.

Het ding ziet eruit als een kruising tussen een speelgoedbulldozer en een uitgebreid Zwitsers zakmes: het heeft zelfs een mini-kettingzaag om zijn pad vrij te maken. Het Amerikaanse leger wil EATR inzetten om vijandelijk terrein te verkennen – want blijkbaar volstaan hun 1001 satellieten daar niet voor. De robot zou jaren kunnen rondreizen zonder nieuwe brandstof te moeten krijgen, en beschikt over voldoende artificiële intelligentie (AI) om zichzelf te repareren. Maar daar knelt het schoentje nu net…

Dat gaat compleet uit de hand lopen!
De ontwikkelaars hebben EATR namelijk uitgerust met SELF, een AI-programma waardoor robots zichzelf niet alleen kunnen repareren, maar ook kopieën kunnen bouwen – en eventueel zelf upgrades kunnen maken.

Dat robots daar behoorlijk bedreven in kunnen zijn, bleek uit een experiment van de Zwitser Laurent Keller (2007). Die insectenexpert was kevers en kakkerlakken blijkbaar even beu, en besloot zich bezig te houden met s-bots. Dat zijn robots van 20 centimeter hoog, met wielen, camera’s, grondsensoren, signaallichten en een individueel geprogrammeerd ‘genoom’ – een softwareinstructie – dat specifieke reacties op hun omgeving bepaalt.

Keller liet de bots los op in een omgeving met ‘voedsel’ (rode lichtjes) en ‘vergif’ (groene lichtjes). De instructies van de bots die voedsel vonden werden aan elkaar ‘gepaard’, en zo doorgegeven aan een volgende generatie bots. De genomen van onsuccesvolle bots verdwenen genadeloos uit de populatie – zo zijn de dodo’s ook uitgestorven. Aangezien de dingen een levensspanne van twee minuten hadden, volgende de gestaag evoluerende generaties elkaar in sneltempo op. 500 generaties later bleken de bots een complex systeem van sociale communicatie te hebben ontwikkeld – ze vonden zelfs manieren om samen te werken of concurrerende bots te misleiden.

Het hek gaat pas helemaal van de dam…
Als de AI van robots ver genoeg evolueert om via zo’n samenwerking uit een lab los te breken. Dat moment is trouwens een kwestie van tijd: volgens sommige wetenschapsfilosofen zou de technologische ‘singulariteit’ – het tijdstip waarop technologie zo ver geëvolueerd is dat mensen ze nauwelijks nog kunnen begrijpen en de AI zijn eigen ontwikkeling in handen neemt – al aanbreken tegen 2045.

DARPA heeft zich intussen gehaast om te zeggen dat EATR een vegetariër is die enkel eet wat op zijn menu staat geïdentificeerd als ‘brandstof’. Maar wacht tot de rijdende verbrandingsoven eens een sappige steak op het slagveld geproefd heeft. Met voldoende AI moet de robot perfect in staat zijn via een softwareupgrade zijn menu aan te passen, of een vlammenwerper te monteren om het oogsten van mensen- euh, takken, een pak makkelijker te maken. En als u écht een nachtmerriescenario wil voor de strijd tegen de rebellerende robots: stel u dan voor dat Minister van Defensie Pieter De Crem dié crisis moet oplossen.

 3. Spelen met uw brein 

Waar zijn ze nu weer mee bezig?
Gedachtelezen is een eigenschap die lang voorbehouden leek aan superhelden, de X-Men en mentalist Gili, maar lijkt nu ook steeds dichterbij te komen voor… het Amerikaanse leger. Want in de VS hadden ze nog niet genoeg aan uw Facebook- en mailverkeer.

Het Pentagon tekende in 2009 een contract voor ruim 3 miljoen euro met de universiteit van Californië om een ‘gedachtecommunicatiehelm’ te ontwikkelen. Het resultaat werd een helm met 128 elektrische sensoren die de hersenactiviteit van de drager meten. Daaruit kan een computer dan afleiden aan welke woorden hij denkt. Voorlopig pikt de helm enkel woorden op waar heel hard over nagedacht wordt – we durven er geld op zetten dat het woord ‘hamburgers’ nú al waarneembaar zou zijn bij Björn Vleminckx – maar het is slechts een kwestie van tijd vooraleer de communicatie vlotter verloopt.

Dat gaat compleet uit de hand lopen!
Met een ingebouwde zender moet de helm een signaal sturen naar andere soldaten op het slagveld. Zoals een radiosysteem dus, maar in plaats van in een microfoon te brullen, dénkt een soldaat nu gewoon heel erg hard “afknallen, die Afghanen!” Dat laat geruisloze communicatie toe, een onmiskenbaar voordeel in oorlogssituaties. Oh, en dat de gedachtelezende helm ook een handig speeltje zou zijn voor Guantanamo Bay, daar zwijgen we voorlopig over.

De research is echter nog volop aan de gang. Voorlopig kan de computer slechts 60% van de geregistreerde gedachten ontcijferen en doorspelen. Laat ons dus hopen dat die computer zijn werk beter doet dan de autocorrect op de iPhone. Voor we het weten, wordt de waarschuwing “Bomb in the school” immers vertaald naar  het commando “Bomb the school”. En probeer u daar maar eens uit te lullen. 

Maar waarom stoppen bij gedachten lézen? Met elektrodenstimulatie  konden wetenschappers in de jaren ’70 al menselijk gedrag beïnvloeden. Toen vond Yale-professor José Delgado de Stimoceiver uit, een soort pacemaker die in het brein van een proefkonijn wordt geplaatst, daar elektrische stimulaties toedient, en die van op afstand bediend kan worden.

Delgado begon met te zijn Stimoceiver te experimenteren op ratten en stapte later over op katten – Jan Fabre zal het graag horen. Delgado liet zelfs een volwassen stier op zich afstormen, om hem op het laatste nippertje een halt toe te roepen met een druk op de knop, en een schokgolf in het stierenbrein.

Het hek gaat pas helemaal van de dam…
Als het apparaat ook getest wordt op mensen. Verbazend genoeg gaven liefst 25 personen – vooral psychiatrische patiënten - zich op als proefkonijn. De Stimoceiver moest er namelijk voor zorgen dat schizofrenie of chronische depressie beter behandeld kon worden. Maar al snel ontstond er controverse rond het project, en vanaf 1975 experimenteerde Delgado enkel nog op zichzelf – wat uiteindelijk ook leidde tot een sterke geestelijke achteruitgang.

In de jaren ’80 werd zijn onderzoek echter overgenomen door de John Hopkins universiteit in Baltimore. Daar slaagden onderzoekers erin met bijgewerkte stimoceivers apen zowat volledig te controleren, als harige, poepslingerende pinokkio’s. Onderzoekers aan het (jawel) Albert Einstein College of Medicine in New York meldden in 1986 zelfs een resultaat waarbij de stimoceiver voor erotische stimulatie zorgde bij een vrouw van 48 jaar. Ze raakte verslaafd aan het apparaat, begon zichzelf te verwaarlozen en sloeg obsessief aan het masturberen, als een soort elektronisch gestimuleerde Hot Marijke.  Ze ontwikkelde zelfs een zweer op haar vinger omdat ze de hele tijd aan het knopje zat te draaien. Dat de stimoceiver regelde, welteverstaan.

Nu zijn wij sterke voorstanders van het vrouwelijk orgasme, maar we mogen er niet aan denken dat deze technologie zich verder uitbreidt. Voor we het weten hebben we het allemaal drukdrukdruk met chronisch masturberen, en laten we de wereld verloederen tot het einde der tijden. Anderzijds: dat zou nogal eens een big bang zijn.