U hoorde nog nooit van de geniale songwriter Sixto Rodriguez? Geen zorgen: u bent niet alleen. Gelukkig brengt de Oscarwinnende documentaire Searching for Sugar Man onder de aandacht wat u geen enkele artiest – met uitzondering van Jelle Cleymans – toewenst: miskenning van een subliem verhaal.
In tijden waarin zelfs het geurenpalet van de meest recente scheet van Rihanna (“met een zweem van framboos en wilde kamperfoelie”) in nanoseconden de wereldpers haalt, lijkt het haast onmogelijk dat een enigszins bekwame artiest lang onder de radar blijft. Niet zo in de jaren ’70, zo blijkt uit de Oscarwinnende documentaire Searching for Sugar Man.
Daarin schetst de Zweedse filmmaker Malik Bendjelloul het verhaal van Sixto Rodriguez, een Mexicaans-Amerikaanse singer-songwriter die door muziekcritici beter dan Bob Dylan, en minstens zo essentieel als The Beatles werd genoemd. Helaas bleek Rodriguez ook ongeveer zo succesvol als Walter ‘Pico’ Michiels: na twee meesterwerken van albums – die beiden gigantisch flopten in de VS – raakte rotgetalenteerde, maar onfortuinlijke Rodriguez aan lager wal. De vijf fascinerende gezichten van de Mexicaanse Dylan.
1. De flop
Wanneer producers Dennis Coffey en Mike Theodore in een bar in Detroit de 25-jarige Sixto Rodriguez ontdekken, zijn ze ervan overtuigd dat ze goud in handen hebben. Zijn slanke, mysterieuze verschijning, het gelaat verborgen achter lange zwarte haren en een zware zonnebril spreekt tot de verbeelding. Zijn muziek nog meer.
“Rodriguez was een straatpoëet, die zong over wat hij zag in Detroit: veel verval en schrijnende armoede,” vertrouwt Coffey Bendjelloul toe. “Eigenlijk is Bob Dylan de enige die ik kende die even goed schreef in die periode.” Ook Sixto’s lijzige, maar krachtige stem doet denken aan Bob Dylan, al waren zijn teksten, die gingen over onder andere sociale vervreemding (het dartele I Wonder), politieke apathie (het groovy Establishment Blues) en drugsverslaving (het geweldige Sugar Man), minder cryptisch dan die van Bawb.
Maar Rodriguez’ eerste album, Cold Fact (1970) flopte harder dan de Fyra. Van producer Steve Rowland kreeg hij een jaar later een tweede kans. “Hij blijft mijn meest memorabele artiest,” zegt de producer die samenwerkte met onder meer The Cure, Peter Frampton en Jerry Lee Lewis. “Hij was méér dan gewoon een artiest: hij was een profeet. Het laatste nummer dat we samen opnamen, Cause, opende met de zinnen ‘Cause I lost my job / Two weeks before Christmas / Cause the sweetest kiss I ever got / Is the one I’ve never tasted’. Als je dan weet dat zijn label, Sussex, hem in december liet vallen omdat ook zijn tweede plaat, Coming From Reality, flopte…”
“Ik vraag me vandaag nog steeds af waar het fout liep,” zegt Mike Theodore. “Hij had goeie mensen achter de knoppen, al het juiste opnamemateriaal, en een meesterwerk van een plaat. Was er niet genoeg promotie? Trad hij niet genoeg op? Was hij te politiek? Had het een viool moeten zijn in plaats van een hobo? Als je er vandaag naar luistert, snap je het nog altijd niet. Hij zat er bots op.” En zo eindigde Rodriguez’ carrière, nog voor ze goed en wel begonnen was…
2. De revolutionair
…tenminste, ze eindigde in Amerika. 13.000 kilometer verderop, in Johannesburg, Zuid-Afrika, moest alles nog beginnen voor Rodriguez. Toen een Amerikaans meisje haar Zuid-Afrikaanse vriend halfweg de jaren ’70 een kopie van Cold Fact cadeau deed, sloeg dat in als een bom. Maar muziek importeren was onder het Apartheidsregime, toen er allerlei embargo’s liepen tegen Zuid-Afrika, zo goed als uitgesloten, dus haalde iedereen zijn cassetterecorder boven.
“Die bootlegs van Cold Fact werden immens populair in Zuid-Afrika,” vertelt Stephen Segerman in Bendjellouls documentaire. De juwelier uit Johannesburg wijdde een groot deel van zijn leven aan de zoektocht naar de mysterieuze songsmid. “Het Apartheidsregime was erg conservatief, en toen was daar plots die Amerikaan die op een heel eerlijke manier zong over drugs en seks, met een duidelijke anti-establishmentboodschap. Terwijl wij toen nauwelijks wisten wat ‘establishment’ was, laat staan dat we beseften dat het oké was om je daartegen te verzetten.”
“Voor veel liberale Afrikaners, de blanke middenklasse van toen, was die plaat een soort van startschot,” geeft Segerman aan. “Elke revolutie heeft zijn strijdlied nodig. Voor de anti-Vietnambeweging was dat Jimmy Hendrix. Bij ons was dat Rodriguez. Het ging zelfs zo ver dat als je midden jaren ’70 de huiskamer van een blank, liberaal, middenklassegezin binnenwandelde, je erop kon rekenen dat er drie platen naast de pick-up lagen: Abbey Road van The Beatles, Bridge over Troubled Water van Simon & Garfunkel, en Cold Fact van Rodriguez.”
3. Het mysterie
Eigenlijk wisten de Zuid-Afrikanen niets over Rodriguez. Er was geen biografie, en geen nieuw materiaal. Al snel verspreide zich het nieuws van de reden waarom. Op zo’n dag waarop alles tegen zat – zo eentje die Daniël Van Buyten om de twee weken heeft – werd Sixto geboekt voor een optreden. Maar de akoestiek was slecht, het publiek ongeïnteresseerd, en het geluid niet goed afgesteld. Mensen jouwden hem uit. Tot de bard afsloot met “Thanks for your time / you can thank me for mine / and after that’s said / forget it.” Waarna hij een revolver uit zijn zak haalde, de loop tegen zijn slaap plaatste, en de trekker overhaalde.
“Tenminste, dat is één van de verhalen,” zegt journalist en Rodriguez-fan Craig Bartholomew in de documentaire. “Er is ook een versie waar hij zichzelf op het podium in brand steekt, of die waarbij zijn vrouw bij een ruzie zuur in zijn ogen gooide, waardoor hij nu blind is. Of dat hij een overdosis nam terwijl hij in de cel zat. Iedereen wist wel dat Rodriguez het tijdelijke voor het eeuwige gewisseld had, maar niemand wist hoe. Nieuw materiaal zat er alleszins niet aan te komen.”
Maar Rodriguez bleef de Zuid-Afrikanen fascineren. “Toen een Amerikaanse vriendin langskwam kon ik niet geloven dat ze niet wist wie hij was. Tot dan dacht ik dat iedereen hem kende,” zegt Segerman, die in 1996 bij de re-release van Coming From Reality op cd een oproep lanceerde naar mensen die meer informatie hadden. Zo vonden Segerman en Bartholomew mekaar: ze moesten en zouden te weten gekomen hoe het Rodriguez vergaan was na zijn tweede album.
“Om zo’n dingen uit te zoeken, volg je normaalgezien het geld,” zegt Bartholomew. “Maar het probleem was dat niemand van iets wist.” Volgens Steve Harris van Teal Trutone, Sixto’s Zuid-Afrikaanse label, verkocht Rodriguez in de jaren ’70, ’80 en ’90 vlot 500.000 platen in Zuid-Afrika, goed voor 10 keer platina. Dat geld sluisde hij gewoon door naar Sixto’s originele label: A&M Sussex. Zelf trachtte hij Rodriguez nooit op te sporen. “Als je een Jimi Hendrix-cd uitbrengt, ga je die mens toch ook niet uitpluizen? Hij is dood!”
4. De verrezene
Maar A&M Sussex had in 1975 al de boeken neergelegd. Het spoor leek opnieuw dood te lopen. Tot Bartholomew nog eens naar het album luisterde, en stootte op de flard ‘I met a girl in Dearborn / early six o’clock this morn’. “Ik had alle plaatsen die Rodriguez vermeldde in zijn teksten al onderzocht,” zegt Bartholomew. “New York, Londen, Amsterdam… Dearborn was mijn laatste kans. Ik zocht het op in een oude atlas, en kwam in Detroit terecht. Daar vond ik ook Mike Theodore, de producer van Sixto’s eerste plaat. Toen ik hem belde, stelde ik hem tientallen vragen. Maar toen ik hem vroeg naar hoe Rodriguez nu echt gestorven was, antwoordde hij iets dat ik nooit verwacht had. “Hoe bedoel je, dood? Rodriguez is alive en kicking… En woont nog steeds in Detroit.”
“Dat was voor mij het einde van de rit,” zegt Bartholomew. “Ik schreef mijn artikel, en daarmee was de kous af.” Maar op één of andere manier belandde het artikel toch aan de andere kant van de oceaan, 13.000 kilometer van Johannesburg. In de handen van… Eva Rodriguez, Sixto’s oudste dochter. “Ik was verbaasd door het verhaal en de zoektocht van Bartholomew,” vertelt Eva aan Bendjelloul. “Ik ging online, en vond een website die Bartholomew en Segerman hadden opgericht, die helemaal aan de zoektocht naar mijn vader gewijd was, en stuurde hen een mail: wat willen jullie weten?”
Een paar telefoontjes later kreeg Segerman zijn idool zelf aan de lijn. Rodriguez viel echter compleet uit de lucht over zijn Zuid-Afrikaanse succes: de doorgesluisde royalties waren dus nooit bij de getroebleerde muzikant terechtgekomen. Hij werkte nog steeds als bouwvakker. Al had hij wel wat anders geprobeerd: in de jaren ’80 stelde Sixto zich zelfs tweemaal kandidaat-burgemeester. Zonder succes, of wat had u gedacht.
Bartholomew en Segerman waren vastberaden hun jeugdheld eerherstel te bezorgen. Rodriguez vloog eindelijk naar Zuid-Afrika – het land waar hij populairder was dan de Rolling Stones of The Doors. Hij werd er opgewacht door limousines, paparazzi en cameraploegen – een hemelsbreed verschil met zijn simpele, miskende bestaan in een klein huis in Detroit. En op 6 maart 1998 waren 5.000 uitzinnige Zuid-Afrikanen getuige van de strafste comeback sinds Lazarus zijn steen wegrolde en Jezus een high five gaf. Na een minutenlange staande ovatie – nog voor het concert begon – zei Rodriguez “Thanks for keeping me alive” – en hij was vertrokken voor zes uitverkochte concerten.
5. De afgezette
De verdwenen royalties lieten Bartholomew echter niet los. Samen met Bendjelloul trok hij naar Californië, om de confrontatie aan te gaan met Clarence Avant, de voormalige baas van Sussex Records. Het levert veruit de vreemdste passage op in de documentaire. Avant noemt Rodriguez eerst een van de vijf beste artiesten waar hij ooit mee werkte, maar wanneer het om het spoorloze geld gaat, wordt de ex-platenbaas nerveus. “Moet ik dan naar Zuid-Afrika vliegen om daar die platenmaatschappijen te gaan lokaliseren? Waar je nu ook nog mee komt aandraven. Wat is er belangrijker, Rodriguez’ verhaal, of dat geld? Goed, hij verkocht een half miljoen platen in Zuid-Afrika. So what? Rodriguez is wat mij betreft nooit gebeurd. Mijn platenlabel ging in 1975 failliet. Denk je dat Rodriguez mij iets kan schelen?”
Rodriguez onderzoekt nu de mogelijkheden van een rechtszaak, maar intussen veranderde de sprookjeskoets terug in een pompoenkar. Na de Zuid-Afrikaanse tour keerde Sixto terug naar zijn job in de bouw, in Detroit. Rijk is hij nog steeds niet, zegt zijn dochter Regan. “Er waren te veel bootlegs van zijn platen. En misschien… Zijn andere mensen wel rijk geworden.”
Hoewel: de tour bracht Sixto terug onder de aandacht. Hij keerde nog vier keer terug naar Zuid-Afrika en werd nu ook geboekt in de VS, Zweden en zelfs Nederland. In 2007 speelde hij op het Rotterdamse festival Motel Mozaïek, waar ook Fixkes – u kent ze nog van het destijds alomtegenwoordige ‘Kvraagetaan’ – optraden. “Goed mogelijk dat ik die man ooit ontmoet heb, maar ik herinner me dat totaal niet,” vertelt gitarist Peter Deckers, die ook werkt bij Ancienne Belgique. “We zoeken nu aan het uit of we een screening van de documentaire kunnen regelen: dit is een verhaal dat het grote publiek echt moet horen. We gaan zelfs proberen om de man naar de AB te krijgen, maar hij krijgt nu zo veel aanvragen…” Gestuwd door de aandacht die de Oscar met zich meebracht, treedt Rodriguez nu namelijk zo vaak op als zijn 72-jarige knoken hem toelaten. Vooral in interviews maakt hij soms een verwarde indruk, maar gesmaakte passages bij Jay Leno, David Letterman en Jools Holland leverden hem toch een plaats op in Coachella, waar hij naast de Red Hot Chili Peppers en Blur op de affiche prijkt. We zien het Will Tura nog niet doen.
Onbeantwoorde vragen
Met Searching for Sugar Man levert debuterend regisseur Malik Bendjelloul een cinematografische parel af, voorzien van een ijzersterk en meeslepend verhaal. Naast de Oscar voor beste documentaire sleepte hij ook prijzen in de wacht op de Bafta’s en het prestigieuze Sundance Festival.
Toch krijgt de documentaire ook kritiek, omdat ze enkele cruciale vragen onbeantwoord zou laten. Waarom werd er niet dieper ingegaan op de verdwenen royalties? Waarom leren we niets over Rodriguez’ jeugd, of zijn vrouw? Waarom praat de songwriter nauwelijks zelf over zijn muziek? En vooral: waarom vermeldt de film helemaal niets over Rodriguez’ succes in Australië? Down under sloeg Sixto’s muziek immers wel aan: ook daar haalde hij platina, en tourde hij in 1979 en 1981 door het hele land.
Misschien zoomde Bendjelloul bewust enkel in op het Zuid-Afrikaanse verhaal. Op die manier ligt de nadruk op iets dat intussen haast voltooid verleden tijd lijkt: de tijd van voor het internet. Vooraleer iedereen mits enkele muisklikken onmiddellijk alles wist over iedereen. Toen de wereld nog vol mysterie en verrassing zat. Al weet Rodriguez zelf goed genoeg hoe zo’n verrassingen kunnen uitdraaien, blijkt wanneer Bartholomew hem vraagt wat hij nu zelf vindt van dit alles. “It’s the music business. Er zijn geen zekerheden.”
