Labels


1 september staat voor de deur en dat zal niet alleen uw kroost geweten hebben. Over het hele land blazen leerkrachten het stof van hun boeken, klaar om de stormdriften van puberend België te trotseren. En met het aantal leraren in dalende lijn, zijn het vooral de vrouwen die de wind van voren mogen verwachten. “Bitch, kreng, kutwijf, dat hoort erbij. Maar als ze over mijn dik gat beginnen…”


Miserie op de schoolbanken, het is van alle tijden. Toch duiken er de laatste jaren steeds vaker klachten op uit het onderwijs over onderhandelbare leerlingen en hun terreurbewind in de klas. P ging op zoek naar de harde tantes van het onderwijs en vond er vijf: twee leraressen uit Antwerpen en drie uit Aalst, met ervaring in alle jaren van het algemeen, technisch en beroepssecundaironderwijs. Hun namen zijn fictief, want ondanks alles zouden ze hun job in het onderwijs graag behouden. Zij liever dan wij!

 Rijp voor de maffia 

Hilde (16 jaar ervaring): “De moeilijkste gevallen zitten in het tweede en het derde middelbaar. Vaak zijn de amokmakers jongeren die het lieten afweten in het ASO en daarna in het technisch of beroepsonderwijs terechtkwamen. Die richtingen zijn peanuts voor hen, dus hebben ze tijd om kattenkwaad uit te halen.”

Nathalie (15 jaar ervaring): “Die jongens voelen zich over het hoofd gezien omdat een leerkracht vooral bezig is met de zwakkere leerlingen. Ze uiten hun frustratie op alle mogelijke manieren. Schelden, roepen, uit de klas weglopen, taken niet meer maken, de leerkracht belagen... Je vraagt om hun agenda en je krijgt die naar je hoofd. Ook pennen, latten, boekentassen en stoelen vliegen soms door de klas. Een collega werd zelfs met een baksteen bekogeld.”
"Sommige van die lastige leerlingen zijn echte meesterbreinen"
Annick (13 jaar ervaring): “Ze willen opgemerkt worden. Vaak ligt dat aan een moeilijke thuissituatie of omdat ze vroeger gepest werden. Wij hadden dit jaar een bijzonder tengere jongen met een ongelooflijke manifestatiedrang. Hij wierp zich op als leider van de klas en orkestreerde allerlei onzaligheden, maar omdat hij slimmer was dan de anderen, wist hij er op het eind altijd onderuit te glippen. Zo zette hij zijn vrienden ertoe aan in de les te voetballen met een brandende prop papier. Hij filmde alles, maar zorgde ervoor dat hij zelf niet in beeld kwam. Helaas voor hem stootte een leraar op dat filmpje op YouTube en herkende hij zijn stem.”

Nathalie: “Sommigen zijn meesterbreinen, echt rijp voor de maffia. Die dirigeren alles van achterin, maar komen zelf nooit onder vuur. Bijvoorbeeld omdat ze hun doorgeefbriefjes nooit zelf schrijven, zodat je hun handschrift niet kan herkennen.”

 Op uw bakkes 

Annick: “Ik heb dit jaar de fout gemaakt zo’n jongen in een andere klas te vermelden als een voorbeeld van een macho. Dat is hem blijkbaar ter ore gekomen. Na het derde lesuur kwam hij briesend de trap af en begon hij mij uit te schelden. Voor een snotter van 13 kan dat wel tellen.”

Sofie (5 jaar ervaring): “Bij mij kwam er vorig jaar een tegen mijn neus staan. Hij riep dat hij ‘op mijn bakkes’ ging slaan. Toen ik ‘doe maar’ zei, mompelde hij dat dat niet mocht van het schoolreglement. En dat was dan gewoon omdat hij zijn boek niet bij had! De rest van de les zat hij stil te bokken. Die mannen snappen niet dat dat net de bedoeling is: als je ze toch niet aan het werk krijgt, heb je liever dat ze stil zijn. Ik laat sommigen zelfs gewoon slapen in mijn les, dan storen ze tenminste niet.”

Hilde: “Niet iedereen heeft zulke stalen zenuwen – zeker niet als die jongens al een paar keer blijven hangen zijn en er fysiek ruig uitzien. Een collega had eens een discussie met een leerling die zijn jas weigerde uit te doen. Toen die neus aan neus met haar kwam staan, is ze bang weggelopen. Ze voelde zich echt bedreigd.”
"Als je hoort wat ze je soms toesnauwen, verschiet je niet als er eens zo'n leerling in de mortelkuip belandt."
Annick: “Gelukkig blijft het vaak bij bedreigingen. Al merk je toch dat sommige leerlingen op wraak belust blijven. Dit jaar maakte een collega een zoveelste opmerking over dezelfde leerling, de volgende dag was de auto van een andere collega bekrast. Hij had zich vergist van wagen! Maar zo ver willen ze dus gaan.”

Hilde: “Wij nemen geen risico’s meer. Als wij in de stad parkeren, zorgen we ervoor dat niets verraadt dat de wagen van een leraar is. Onze school heeft enkele jaren geleden autostickers uitgedeeld, maar ik kan je verzekeren dat er weinigen waren die ze gebruikt hebben.”

Annick: “De meeste leerlingen houden hun handen wel thuis, maar ouders durven het recht al eens in eigen handen te nemen. Op een oudercontact kreeg een mannelijke collega plots twee volgetatoeëerde dronken Hells Angels over de vloer. Hij had te veel tegen de schenen van hun zoons geschopt, dus kwamen zij hem daar in dat klaslokaal tot bloedens toe bewerken. Die leraar is nadien niet meer teruggekeerd naar school. Zoiets zet wel een flinke domper op de sfeer in de lerarenkamer. Gelukkig heeft de directie toen maatregelen genomen.”

Katlijn (3 jaar ervaring): “In scholen waar de directie 100% achter de leerkrachten staat, is het veel kalmer. Als mijn leerlingen rumoerig zijn op de weg naar de klaslokalen, keer ik met hen terug naar de speelplaats en maak ik de wandeling opnieuw – tot ze stil zijn. In mijn vorige school kwam de directeur ze na drie keer de les lezen. In mijn huidige school lachen de leerlingen je na de zevende keer nog uit en trekt de directeur zijn gordijnen dicht. Dat is wat er gebeurt als de directie zich niet bekommert om kwaliteitsvol onderwijs, maar louter om het leerlingenaantal en de subsidies die ze daarvoor krijgen. Dan worden die jongens outlaws.”

 Uw dik gat 

Annick: “Ik heb de indruk dat leerlingen het soms beschamend vinden om een bevel te aanvaarden, zeker als het van een vrouw komt. Vooral allochtone scholieren laten duidelijk blijken dat ze vinden dat een vrouw thuis op de kinderen moet letten.”

Sofie: “’Gij zijt mijn moeder niet’, zeggen ze dan. Soms wordt het ook seksueel getint: ik ben een tijdje gestalkt door een leerling die aan mijn telefoonnummer was geraakt. Een andere toonde me een document op de computer waarin hij uitgebreid beschreef wat hij allemaal met mij wou doen op seksueel vlak. Helaas heb ik hem toen niet kunnen overtuigen dat naar mij door te sturen – anders kon ik daarmee naar de directie.” (lacht)
"Als zo'n leerling onder cannabis gerookt heeft, kan je hem zelfs niet overtuigen dat de wereld rond is."
Annick: “Ze lijken zelfs niet meer te beseffen dat in een school andere regels gelden dan thuis of op straat. Maar als ze thuis niets anders horen dan ‘Godverdomme mens, is die afwas nu nog niet gedaan?’, dan zie je die brutaliteit ook in de les.”


Hilde: “Naar een collega riep er eentje: ‘Ouwe doos, ik moet kotsen als ik uw gezicht zie.’”


Nathalie: “Bitch, kreng, kutwijf, dat hoort erbij. Maar soms wordt het écht persoonlijk en gaat het niet over je kwaliteiten als lesgever, maar over ‘uw dik gat’. Dat kan aankomen.”

Katlijn: “Als je hoort wat ze je toesnauwen als je hen op straat passeert, kijk je er niet van op als er af en toe een van die mannen in de mortelkuip belandt.”

Annick: “Toen ik 30 jaar geleden begon les te geven, stonden leerlingen paf als er eentje zo’n opmerking gaf. Nu vinden ze het leuk en doen ze mee.“

Katlijn: “Humor is het enige dat helpt. Als iemand zich op de speelplaats sterk maakt dat hij het de leerkracht wel eens moeilijk zal maken en je kan die op een grappige manier te kakken zetten, dan lijdt zijn status daaronder. En status is alles wat telt voor hen.”

 Uitwerpselen en zweetvoeten 

Hilde: “Er zijn leerlingen waarvan je in het begin van het jaar al weet dat ze je niet mogen. En dat kan je dan niet meer goedmaken.”

Sofie: “Tegen mij zeiden ze letterlijk: ‘We zullen u hier wel buiten krijgen, net als de vorige.’ Ik antwoordde dat ze mij zouden moeten buitendrágen. Op het eind van het jaar bleek dat ze mijn weerbaarheid wel apprecieerden, maar ze hebben me wel een gans jaar het leven zuur gemaakt. Maar als ik naar huis ging, kon ik de bedreigingen en verwijten wel van me afzetten.”

Katlijn: “Ik vind dat toch moeilijk. Bij grote incidenten is de directie verplicht om tussenbeide te komen. Maar die kleine, die je het bloed van onder de nagels halen, die moet je zelf oplossen. En dat stapelt zich op, want je kan niet even uitblazen in een les van twee uur.”

Sofie: “Mij kregen ze helemaal zot met hun gsm’s. Je laat hen die afgeven en vijf minuten later zitten ze daar met een nieuwe. Al die gasten hebben drie gsm’s bij! Op den duur loop je enkel nog rond te kijken wie zit te sms’en.”


Katlijn: “Ik wou eens iemand zijn gsm afpakken, toen bleek dat hij met een kartonnetje zat te spelen waar hij zo’n iPhone-sticker had opgeplakt. Dat vond ik nog wel een geslaagde grap.”

Nathalie: “Voor zulke practical jokes zijn de meesten gewoon niet clever genoeg. Een brandblusser leegspuiten en punaises op je stoel leggen, dat doen ze, geen dingen waar je hartelijk mee kan lachen. Bij mij zijn ze eens uit volle borst een Vlaamse schlager beginnen zingen in de les. Dan sta je wel even met je mond vol tanden. Tot je dan zelf met gekruiste armen en strenge blik bovenop je bureau gaat staan. Dan zijn zíj weer verbouwereerd en heb je hun aandacht terug. Ja, als leerkracht moet je creatief zijn! (lacht)

"Ik laat sommige leerlingen gewoon
slapen in mijn les - dan storen ze ten-
minste niet." (Foto destiekemeroker
»En toch kan je sommige leerlingen maar beter meteen opgeven. Als ze onder invloed zijn van cannabis – en dat gebeurt steeds vaker, in alle geledingen van het middelbaar onderwijs – dan lachen ze om de stomste dingen en moet je hen niet proberen uit te leggen dat de wereld rond is, want je gaat hen er toch niet van kunnen overtuigen.”

Katlijn: “Ik schrik ervan hoeveel er gedeald wordt! Er wordt opgekeken naar die jongens – dat zijn er die aan het eind van de maand meer verdiend hebben dan wij, en ze moeten nog 17 worden!”

Nathalie: “Dronkenschap komt vaak voor op vrijdagmiddag, maar dat is veel herkenbaarder. Die leerlingen worden sneller wandelen gestuurd, omdat ze vaak agressief zijn. Er zijn er zelfs die letterlijk niet meer op hun benen kunnen staan. En als ze dan net twee uur L.O. hebben…”

Katlijn: “Er zijn jongens van 16 die zowel in de week als in het weekend op stap gaan. Als er dan zo eentje in je les zit, ruik je dat van meters ver. En dan zeg ik: ‘Een halfuurtje vroeger naar huis gaan en een douche nemen, daar zou je van opkikkeren. En dan zou het voor de leerkracht tenminste niet zo overduidelijk zijn wat je de nacht voordien hebt uitgespookt.’”

Nathalie: “Al blijven die onaangename geurtjes natuurlijk niet beperkt tot drank of cannabis. Er zijn er ook bij die gewoon … stinken! Dat is een heel moeilijke boodschap om over te brengen. En je kan daar niet aan ontsnappen als leerkracht, want doorgaans zijn dat de kneusjes waar niemand moet van weten. En die zitten helemaal vooraan, natuurlijk. We hebben er effectief gehad waar ze in een boogje rond gingen zitten. Die ruiken dan naar hond, zweetvoeten of zelfs uitwerpselen. Bleek dat die leerling thuis in het varkenskot opgesloten werd.”

 Moegetergd 

Hilde: “Het is belangrijk om met de leraren allemaal aan hetzelfde zeel te trekken. Als er maatregelen genomen worden, moet iedereen die ook naleven. In het begin proberen sommige jonge leerkrachten hun best te doen om de vriend te zijn van de leerlingen, maar op de lange termijn brengt dat niet op.”

Katlijn: “Juist! Leerlingen schrikken echt als ze merken dat wij hun fratsen onderling bespreken. Maar als er dan leraren zijn die uit de biecht klappen en hen vertellen welke leraar in de lerarenkamer wat over welke leerling gezegd heeft…”

Sofie: “Waarschijnlijk doen ze dat om de leerlingen te vriend te houden, maar dat betekent niet dat hun lessen vlekkeloos verlopen – verre van. Maar het is een manier om schade te beperken, zeker? Want er zijn leraren die echt moegetergd zijn.”
"Waarom we toch naar school blijven gaan? Tja, voor de collega's, zeker?"
Annick: “Als iemand erdoor zit, komt er wel steun uit de lerarenkamer. Ik ken mensen die in hun beginperiode stonden te huilen achter hun bord. Leraren zijn ook maar mensen. Ikzelf ben ook eens ingestort in de leraarskamer. Ik had een verschrikkelijke ADHD’er in mijn klas, die uit een heel moeilijk milieu kwam. Zijn pa nam hem in de weekends mee naar de hoerenbuurt en op het oudercontact zat zijn moeder naast hem te daveren van de schrik. Hij gebruikte drugs en zette de boel voortdurend op stelten. Op een keer was hij het beu, sprong hij uit het raam en liep weg. Alle overgebleven leerlingen werden helemaal zot. Daar kan je als leraar niks tegen beginnen. Wat er dan nog voor zorgt dat we de volgende dag terug naar de les gaan? De collega’s, zeker? We grappen vaak dat we graag lesgeven, maar dat die leerlingen er te veel aan zijn. (lacht) Tja, het is een roeping zeker.”

Nathalie: “Het is ook de hoop dat je het beter kan maken voor die leerlingen die het wel willen, maar niet kunnen. En meestal amuseer ik mij te pletter voor die klas.”

Katlijn: “Het kan echt veertien dagen tegen zitten, maar als die kinderen één keer aan je lippen hangen, is dat een goed gevoel. Op schoolreis vertelden ze me eens dat ze me eigenlijk wel een toffe lerares vonden en dat ze besloten hadden me de rest van het jaar niet meer lastig te vallen. Dan denk je: ’t zijn toch zulke lieve jongens.”

Sofie: “En hoe lang zijn ze dan braaf gebleven?”

Katlijn: “Een maand.” (lacht)