Labels

In het België met vier deelstaten van
Johan Vande Lanotte is er plaats
voor de Duitstaligen. (Foto Danny Gys)
COLUMN // De Nieuwste Belgen


“De Duitstaligen? Dat zijn toch de laatste Belgen?” Het is een cliché dat ze in de Duitstalige Gemeenschap (DG) niet graag horen. De Duitstaligen vinden dat het klinkt alsof zij de enigen zijn die nog dom genoeg zijn om te geloven in een Belgisch project. Dat het chronologisch gezien wel klopt, willen ze nog toegeven: tenslotte sloten ze aan bij België in 1919, pas 89 jaar na het ontstaan van het land. In dien verstande klinkt “nieuwste Belgen” misschien accurater.

Deze reportage maakt deel uit van de artikelenreeks 'De nieuwste Belgen. De Duitstalige Gemeenschap, en hoe zij langzaam uit de schaduw treedt.'
België wordt al van bij zijn geboorte beheerst door het debat tussen Vlamingen en Franstaligen. Dat men ook Duits spreekt in België, valt in het dagdagelijkse leven hoogstens af te leiden uit het feit dat er Personalausweis op onze identiteitskaart staat. Verder wordt er nogal argeloos omgesprongen met het Duits in België. Zo luidt het opschrift bij de bushaltes in Zaventem “Flughaven”, terwijl het eigenlijk Flughafen zou moeten zijn.


De Duitstaligen hebben deels zelf bijgedragen tot die veronachtzaming. Ze hielden zich jarenlang koest, gebukt onder de zware last van het oorlogsverleden en de kwellende herinnering aan de harde repressie. Maar gaandeweg hebben ze dat van zich af kunnen schudden. De sterke positie van Duitsland in Europa toont hen dat ze weer trots mogen zijn Duits te spreken. Niet dat het Duitsers zijn, natuurlijk – die zijn zo rigide, meneer.


De Duitstalige Belgen lijken meer en meer te beseffen dat de tijd voorbij is dat er voor hen bevoegdheden als manna uit de lucht vielen bij elke staatshervorming die Vlamingen en Walen orkestreerden. Ze doen dan ook hun best om zich te profileren, en af en toe zitten daar enkele uitschieters bij.


Zo verscheen minister-president Karl-Heinz Lambertz (Sozialistische Partei) in 2008 samen met de Franstaligen François-Xavier de Donnea (MR) en Raymond Langendries (cdH) op het federale voorplan. Zij vormden samen een bemiddelaarstrio dat de impasse ook niet kon doorbreken. In 2009 liet de DG van zich spreken door het vierde belangenconflict rond de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde te lanceren, en in 2010 was het de promotie van AS Eupen naar de hoogste voetbalklasse die voor de aandacht zorgde. Hordes journalisten reisden naar het oosten van het land om uit te vogelen hoe dat eruit zag, zo’n Duitstalige Belg.


In februari 2011 haalde de DG zelfs de media in het kader van een staatshervorming. Zowel toenmalig informateur Didier Reynders (MR) als voormalig bemiddelaar Johan Vande Lanotte (sp.a) zagen mogelijkheden voor een “België met vier.” Voor het eerst leken de Duitstaligen hun voet naast Vlamingen, Walen en Brusselaars te kunnen zetten. Lambertz wreef zich al in de handen – hij aast al sinds 1992 op een Duitstalig Gemeenschapsgewest.


De Duitstaligen moesten eerst met zichzelf in het reine komen, maar stilaan treden ze uit de schaduw. En zo herontdekt de rest van België langzaam maar zeker zijn kleine aanhangsel – 75.000 inwoners, 854 vierkante kilometer – in het oosten. Een vergeten gemeenschap als nieuw element in het publieke debat.




Deze intro maakt deel uit van de artikelenreeks 'De nieuwste Belgen. De Duitstalige Gemeenschap, en hoe zij langzaam uit de schaduw treedt.' die ook verscheen op de nieuwswebsite Apache.be »