Labels

Vincent Van Twitterborne. (Foto HBVL)
RESEARCH // Steeds meer Belgische politici vinden de weg naar sociale media // Elke politicus twittert zoals hij gebekt is

“Alea jacta est.” Met die woorden viel de Belgische regering - op Twitter, nota bene. Op donderdag 22 april vielen ze te lezen op de microblog van minister van Economie Vincent Van Quickenborne (Open VLD), zowat een halfuur voor de persconferentie waarop VLD-voorzitter Alexander De Croo aankondigde de stekker uit de regering te trekken. Het was het eerste Belgische hoogtepunt van een gestage evolutie in de internationale politiek: politici maken steeds meer gebruik van sociale media.


Bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2010 in Nederland postten de Nederlandse politici meer dan 9000 tweets op hun respectievelijke microblogs. Dat ook de Belgische politici zich niet onbetuigd laten op het internet, vindt Pieter Ugille van de UGent niet meer dan logisch. Hij schrijft een doctoraat over hoe sociale media gebruikt worden door burgers en politici. “Via sociale media bereik je een ander publiek. Traditionele media zijn er vooral voor mensen boven de dertig, terwijl sociale media de jongeren vanaf 18 bereiken – een belangrijk publiek, want die kunnen tenslotte ook al stemmen.”

“Bovendien is het internet de ideale plaats om een persoonlijke relatie uit te bouwen met de mensen”, voegt multimediaspecialist Pieter Baert daaraan toe. “Er is ruimte voor interactie en feedback. Zo krijgen politici een beter beeld van wat kandidaat-kiezers van hen verwachten, en zien de kiezers beter waar een politicus voor staat.”

 Klaagmuur 

Vooral blogs bieden die mogelijkheid, vindt Ugille. “Politici kunnen hun onderwerpen daar naar goeddunken uitdiepen, en er is veel ruimte voor lezersreacties.” Dan moet je de mensen nog naar je blog weten te lokken, natuurlijk. “Dat doe je best door nieuws te brengen”, meent de doctoraatsstudent. “Al heb je natuurlijk ook mensen die via polemieken de media proberen te halen. Dat pakt niet altijd even goed uit.”

“Soms moet je als blogger besluiten dat je over bepaalde thema’s beter je mond houdt”, merkt Pieter Baert op. “Misschien moeten een aantal mensen tegen zichzelf beschermd worden, maar daarvoor is er op partijniveau een duidelijke strategie nodig.” Blogs blijven sowieso een nichemedium, benadrukt de multimediaspecialist. “De blog van een politicus wordt vooral gevolgd door mensen die actief bezig zijn met politiek, zoals journalisten. Het is dus eigenlijk meer schrijven voor een gespecialiseerde doelgroep.”

 Vriendjespolitiek 

Dan spreekt Facebook een breder publiek aan. Dat is de grootste sociaalnetwerksite in België – het wekt dus geen verbazing dat ook onze politici er een profiel hebben. Toen ex-premier Guy Verhofstadt (Open VLD) in de aanloop naar de Vlaamse verkiezingen van 2009 een Facebookaccount opende, wist hij op amper 24 uur tijd 2000 vrienden te verzamelen. “Facebook is dan ook een bijzonder laagdrempelige manier om met politici in aanraking te komen”, verklaart Baert.


Multimediaspecialist Pieter Baert: "Een Obama-effect is niet haalbaar in België"

Politici als Verhofstadt, Inge Vervotte (CD&V) en Freya Van den Bossche (sp.a) bereikten intussen het maximum aantal vrienden dat Facebook toelaat: 5000. Maar wat betekent dat voor politici die vlot 100 000 stemmen halen? “De rechtstreekse electorale impact van een medium als Facebook is inderdaad beperkt”, geeft Baert toe. “Maar die 5000 ‘vrienden’, daarmee heb je een bevoorrechte relatie. Als je goed met hen communiceert, worden dat de advocaten van jouw persoonlijke merk.” Het effect van die relatie mag volgens Baert ook niet overschat worden. “Als Yves Leterme reageert op een berichtje van mij, zal ik daardoor gecharmeerd zijn, maar of ik daardoor op hem ga stemmen?”

 Geven en nemen 

De microblogsite Twitter spreekt dan weer een kleiner publiek aan. “Twitter is een echt nichemedium: het aantal Belgische gebruikers wordt rond 20 000 geschat”, zegt Baert. “Maar nergens is de relatie zo rechtstreeks: je hebt het gevoel dat de politicus tot je spreekt, terwijl hij voor zijn blog misschien enkel de inleiding schrijft.”

Al moet je ook opletten wat je op Twitter gooit. Zo besprak Yves Leterme tijdens de onderhandelingen over BHV de uitslag van de Waalse Pijl. “Als de regering valt, en de mensen zien enkel een bericht over wielrennen op de Twitter van een toppoliticus, dan is dat een beetje gênant”, vindt Baert. “Als je je engageert om transparant te communiceren, moet je daar ook consequent in zijn. Dat toont misschien aan dat Leterme niet zo goed mee is met Twitter.”


Dominique Deckmyn (De Standaard): "De journalist die vandaag niet op Twitter zit, is niet goed bezig."

“De grote fout die politici maken”, gaat Baert door, “is dat ze vooral willen nemen, zonder veel te geven.” Maar electorale aardverschuivingen dwing je niet af op het internet, meent hij. “Barack Obama’s campagne was een succes, maar hij gebruikte het internet vooral om kiezers te mobiliseren – in Amerika is er geen kiesplicht. De situatie is anders in België. Een Obama-effect is hier dan ook niet haalbaar.”

 Obarometer   

Bron: De Standaard
Dat viel ook Dominique Deckmyn van De Standaard Online op. Voor de verkiezingen van 2009 lanceerde de krant de Obarometer, een website die de activiteit van Belgische politici op blogs, Facebook en Twitter in kaart bracht. “We verwachtten dat sociale media een rol zouden gaan spelen zoals bij de Amerikaanse verkiezingen. Het getwitter en gefacebook bleek echter weinig systematisch, noch doordacht.”

De website wordt nu niet meer geactualiseerd. Maar de krant gaat eraan werken, bevestigt Deckmyn. “Sinds de val van de regering er werd aangekondigd, is Twitter een relevante journalistieke bron. De journalist die tegenwoordig niet op Twitter zit, is dan ook verkeerd bezig.”

Voor politici blijkt het een gevoelig onderwerp. Antwerps burgemeester Patrick Janssens (sp.a) heeft bijvoorbeeld blog, Twitter noch Facebook. maar wil daar niet over praten. Online activiteit is nochtans niet cruciaal, vindt Pieter Baert: “een groot deel van de bevolking is niet zo actief online. Dat Herman De Croo niet mee is met die evolutie, is dan in zekere zin charmant. Voor zijn zoon Alexander ligt dat anders, die spreekt een doelgroep aan die zich beter informeert.” Twitter alleen is alleszins niet genoeg. “Het belangrijkste is dat het totaalpakket goed zit. Dat kan door activiteit op het internet, maar evengoed door lezingen in een parochiecentrum.”