Labels

Voetbal is altijd een
beetje rekenen. (Foto ndl)

Sinds het seizoen 2009-2010 kan België zich geen beter uithangbord meer wensen dan zijn nationale voetbalcompetitie. Nee, niet omdat het Belgische voetbal tienduizenden fans broederlijk bij elkaar bracht, niet omdat het voetbal zo ontzettend oogstrelend was, en zelfs niet omdat Anderlecht, Standard en Brugge de driekleur met verve verdedigden in Europa. Maar des te meer omdat de Jupiler Pro League eindelijk het hoofdkenmerk van ons koninkrijk-met-zeven-regeringen overgenomen heeft: ingewikkeldheid.



Zo viel de winterstop pas zes weken na het afsluiten van de heenronde (kerstvoetbal moet er zijn, weet u wel) en was de kampioen na de reguliere competitie van 30 speeldagen (nu ja, tenzij er iemand failliet ging, natuurlijk) nog steeds niet bekend. Daarvoor moesten we naar Play-offs 1, waar de nummers 1 tot 6 het nog twee keer tegen mekaar opnamen, zij het slechts met de helft van de punten die zij daarvoor vergaard hadden.

 Damned statistics 

Niet zo in Play-offs 2: daar begonnen alle ploegen met 0 punten in hun respectievelijke poules. Poules, want de nummers 7 tot 14 van de reguliere competitie werden volgens een haasje-oversysteem in twee groepen onderverdeeld. Aan het eind van de rit speelt de leider van POIIA tegen die van POIIB, en de winnaar daarvan mag de vierde uit POI bekampen om een Europees ticket. Bent u nog mee? De nummer 15 van de competitie alvast niet: die speelt 2 maanden lang geen wedstrijden.

Je zou van minder achterover vallen, maar nu de play-offs stilaan afgelopen zijn en iedereen zowat gewend is aan alle nieuwe regeltjes en malle kronkels, acht P-Magazine de tijd rijp om er nog een schepje bovenop te doen. En omdat Mark “there are three kinds of lies: lies, damned lies and statistics” Twain deze week honderd jaar het hoekje om is, analyseerden wij de nationale voetbalcompetitie plat aan de hand van de uitgebreide databank van de Jupiler Pro League (gratis te raadplegen op www.sport.be, voor als u zelf de oefening wil maken). Want met statistieken kan je nu eenmaal alles bewijzen.

 Veekaa kampioen 

Het zag er al lang naar uit dat Anderlecht op zijn dertigste landstitel uit de clubgeschiedenis afstevende – daar hebben de play-offs niets aan kunnen veranderen. De cijfers wijzen erop dat het terecht is: niet alleen behaalde Anderlecht in de 28 reguliere competitiewedstrijden 12 punten meer dan de tweede, Club Brugge, ze wonnen ook vijf matchen meer dan blauw zwart, verloren amper 3 keer en speelden even vaak gelijk: niemand deed beter. Ook hun doelsaldo is haast buitenaards: de Sporting maakte maar liefst 42 doelpunten meer dan ze er binnen kregen. Club Brugge en AA Gent strandden op +19.

Indien efficiëntie beloond werd, was KV Kortrijk kampioen

Anderzijds is dit niet meer dan logisch. Anderlecht heeft met 30 miljoen euro immers het grootste budget van de Jupiler League. Dat is 7,5 keer meer dan KV Kortrijk, dat het met een schamele 4 miljoen moet doen. Maar wij zijn redelijke mensen, dus we gaan het puntentotaal van de Kortrijkzanen niet met 7,5 vermenigvuldigen. Toegegeven, 337,5 punten op een maximum van 84 zou wat vergezocht zijn. Bovendien zijn er genoeg andere redenen waarom de Veekaa vlot kampioen had kunnen worden.

 West-Vlaamse koopmanskunst 

Als de club die het efficiëntst met haar middelen omsprong immers beloond zou worden, komt Kortrijk als verrassende winnaar uit de bus. Met haar beperkte budget behaalde de club een onverhoopte vierde plaats – je zou kunnen stellen dat elk punt Kortrijk dit seizoen amper 89 000 euro kostte. Volgens die redenering scoort AA Gent trouwens het best van de traditionele groten: zij betaalden ruim 255 000 euro per punt. Uittredend kampioen Standard sprong dan weer kwistig om met zijn geld: elk punt dat zij haalden was al snel 640 000 euro waard.

Toogpraat voor gevorderde wiskundigen. (Foto ndl)
Kortrijk deed het bovendien zo goed met de goedkoopste kern uit eerste klasse. In verhouding tot het budget was elk van de 25 Kortrijkspelers dit seizoen gemiddeld 160 000 euro waard. Bij Anderlecht liep dat voor 23 spelers al gauw op tot een ontzagwekkende 1,3 miljoen per speler. Ook Sint-Truiden, de nieuwkomer in eerste klasse, deed het zeer zuinigjes bij zijn rentree op het hoogste niveau, en niet enkel financieel.

Coach Guido Brepoels stelde slechts 20 verschillende spelers op gedurende het seizoen, en STVV was de enige club die geen inkomende transfers deed tijdens de winterstop. Bovendien sloot het team het seizoen af met een magische 0 als doelsaldo: exact evenveel doelpunten voor als tegen, dankzij een doelpunt in de 87e minuut van de laatste competitiewedstrijd. Je zou voor minder aan de gokchinees gaan denken.

 Gedenkt den Guldensporenslag 

Maar u bent een kritische lezer, en wil meer bewijs voor u een petitie start om KV Kortrijk alsnog tot kampioen van België te laten uitroepen. Wel, de West-Vlamingen mogen zich ook de fairste ploeg van het land noemen. Ze pakten 60 gele kaarten – een gemiddeld resultaat – maar zijn vooral de enige ploeg van deze competitie die geen enkele rode kaart kreeg. Verder kregen ze slechts 30 doelpunten tegen – enkel Anderlecht doet beter. Een opmerkelijke prestatie voor een ploeg die bij het begin van het seizoen nog 15 nieuwe spelers en een nieuwe coach moest inpassen, het meeste van alle eersteklassers.

Bovendien gaat KV in zijn eigen Guldensporenstadion altijd voluit: ze speelden slechts één keer gelijk, wonnen negen keer en kregen vier maal het deksel op de neus. Ook de Belg in u kan het Kortrijk gunnen. Maar liefst 64 procent van de opgestelde spelers had de Belgische nationaliteit. Alleen STVV deed daar een schepje bovenop, met 70 procent. Anderlecht en Lokeren maken in die statistiek overigens een slechte beurt, met respectievelijk 35 en 20 procent Belgen in de ploeg.

Op zoek naar een scorende spits? Probeer het eens in Oost-Europa!

Die laatste ploeg liet zich wel vaker in negatieve zin opmerken: met een schamele 3 op 42 is vooral de Lokerse uitreputatie erbarmelijk, en daar hebben de drie trainerswissels niets aan kunnen veranderen. Aan de ervaring kan het nochtans niet gelegen hebben: de Lokerse kern was met een gemiddelde leeftijd van 26 jaar de oudste van eerste klasse. Ze maakten ook amper 22 doelpunten, wat hen het hoogste negatieve doelsaldo (-32) oplevert. Daarenboven tekende David Janczyck voor 41 procent van die doelpunten – geen ploeg was afhankelijker van zijn topschutter. Tot overmaat van ramp verkaste de Pool nog voor het seizoenseinde naar Germinal Beerschot. De Waaslanders grepen liefst tien keer na mekaar naast de 3 punten, en konden nooit meer dan tweemaal op rij winnen.
Size matters

Ook de clubs kunnen lessen trekken uit de statistiekendatabank. Wie op zoek is naar een scorende spits, moet het bijvoorbeeld eens in Oost-Europa proberen. De 44 Oost Europeanen in onze competitie scoorden samen immers 98 doelpunten (2,23 doel-punten per speler), en daarmee doen ze het duidelijk beter dan de West-Europeanenen Afrikanen (1,77 en 1,75 goals per speler).

We leren ook dat lengte er wel degelijk toe doet. De extra centimeters van Romelu Lukaku (1m92) zorgen er waarschijnlijk mede voor dat Anderlecht de grootste ploeg tussen de lijnen bracht, met een gemiddelde lengte van 183,6 centimeter. De doorsnee STVV’er voelde zich dit seizoen met zijn 181,2 centimeter eerder klein duimpje. Dat er wel effectief zoiets bestaat als een ‘gouden wissel’ tonen de topclubs aan: Anderlecht en Brugge puurden respectievelijk 9 en 12 keer een doelpunt uit een invalbeurt.

We mogen natuurlijk ook niet onderschatten welke rol toeval heeft gespeeld tijdens deze competitie. Oké, Anderlecht was op alle vlakken superieur, maar wat als een verdwaalde kogel uit een Kuregemse kalasjnikov in het Astridpark verzeild was geraakt (zo’n AK-47 vuurt 600 kogels per minuut af – die kunnen niet allemaal in benen van politiemannen terecht komen)? Of als een late opstoot van Mexicaanse griep de spelerskern flink had uitgedund (214 531 Belgen hadden het immers wel zitten)? Of indien de halve ploeg door een bliksemschicht geraakt werd in de grillige novembermaand (een kans van 1 op 2 miljoen)? We zullen het wellicht nooit weten, maar één ding is zeker: statistisch gezien, was het mogelijk.

 De gulden middenweg 

Met al die statistieken kunnen we ook meer dan alleen de hoogte- en dieptepunten van het voorbije voetbalseizoen schetsen. Met iets meer rekenwerk kunnen we ook een beeld vormen van de ultieme doorsnee ploeg. Die heeft een budget van ruim 11 miljoen euro, en stelde dit seizoen 25 spelers op. Daarbij waren 12 Belgen, 4 West-Europeanen, 3 Oost Europeanen, 4 Afrikanen en 2 Zuid-Amerikanen.

De meest gemiddelde ploeg? Roeselare! (Afbeelding sjv.)
Ze speelden in een stadion dat plaats bood aan 17000 toeschouwers, en dat waarschijnlijk in Vlaanderen lag – na het failliet van Moeskroen zitten er nog slechts twee Waalse ploegen in eerste klasse. Bovendien is er een kans van 1 op 3 dat het een West-Vlaamse ploeg betreft, gesponsord door een telecombedrijf. Ze pakten 59 gele en 5 rode kaarten, waren gemiddeld 24,4 jaar en 182 centimeter groot.

Ze scoorden 38 doelpunten en kregen er evenveel tegen, wonnen vooral hun thuiswedstrijden en verloren hun uitwedstrijden. Dat alles leverde 39 punten op: goed voor een negende plaats in de eindrangschikking van de reguliere competitie, tussen Standard en Cercle Brugge. Dat alles in principe, natuurlijk, want wat stellen we vast? De club die het best aan deze voorwaarden voldoet, is SV Roeselare, de nummer 15 van de competitie, die binnenkort tegen tweedeklassers moet strijden om een plaatsje in de Jupiler League. Zo zie je maar weer: de gulden middenweg loont niet altijd.