Labels

Georges Goubert: "Ik ken alle
wegen in een straal van 40 kilometer."
De winter nadert, en de meeste wielertoeristenclubs sluiten hun jaar af; hét moment voor de mensen achter zo’n club om het volgende seizoen voor te bereiden. Georges Goubert (66) fietste in zijn leven al meer dan 377 000 kilometer, en kruipt nog steeds minstens driemaal per week op zijn fiets om routes uit te stippelen voor de Fortiswielerclub.

“Bij ons verzorgt elk lid één zondag per jaar zijn eigen rit van zo’n 65 kilometer. De club telt echter slechts 15 à 20 leden, dus blijven er heel wat zondagen over. Ik was al met brugpensioen toen ik bij de club kwam, dus ik had veel tijd, en nam de taak op mij om die trajecten uit te tekenen. Dit jaar organiseerde ik maar liefst 20 van de 34 ritten. Bovendien ken ik in een straal van 40 kilometer alle wegen. Ik koerste vroeger, dat waren wedstrijden van tien ronden op een plaatselijk circuit – op den duur ken je alle straatjes wel.”

 Verbroedering  

“Ik vind het een uitdaging, die etappes organiseren. Rustige wegen genieten mijn voorkeur, en liefst zonder fietspad. Groepen van minder dan 15 fietsers zijn immers wettelijk verplicht op het fietspad te rijden, en dat fietst minder aangenaam. Ook kasseien probeer ik te mijden, die zijn namelijk enorm belastend voor het materiaal. Ik probeer altijd een andere richting uit te gaan. Op voorhand probeer ik met behulp van een kaart een parcours uit te tekenen, maar ik moet die planning vaak aanpassen, als ik bijvoorbeeld op een aardeweg stuit. En als je daar dan al dat werk in gestoken hebt, en achteraf hoort dat het een mooie rit was… Dat schenkt voldoening.”

“Na de zondagse etappe zorgt het organiserend lid voor hapjes en drankjes. We praten dan over de rit zelf, maar ook over het wielrennen, de actualiteit en het leven. Wielertoerisme is echt meer dan koers alleen: het gaat ook over plezier en verbroedering.”

“Natuurlijk komt er wel eens een domper op die feestvreugde. Sommige automobilisten kunnen er bijvoorbeeld niet mee om als ze achter zo’n groep wielertoeristen rijden en ze niet meteen kunnen inhalen. Dan wordt er al eens geclaxonneerd en geroepen, maar daar blijft het vaak bij. De meeste chauffeurs zijn echter hoffelijk, en stoppen even om ons door te laten.”

 De oudjes kunnen mee 

“Erger is het als er ongevallen gebeuren. Gelukkig bleven we dit jaar gespaard van valpartijen tijdens de rit, maar laatst werd er iemand aangereden ná de etappe: hij brak zijn been op twee plaatsen en scheurde zijn schouderligamenten. Hij revalideert nog steeds. De leden van de club zijn met hem begaan en bezoeken hem in het ziekenhuis.”

“Dat is het beste bewijs dat iedereen uit de club goed opschiet met elkaar. We hebben nochtans een divers ledenbestand: een 26-jarige, een achttal veertigers en een stuk of zeven zestigers. Maar wees gerust, de oudjes kunnen goed mee. Ze zijn gepensioneerd en kunnen hun conditie dus in de week onderhouden. Dat ligt moeilijker voor werkende veertigers, die soms moeten lossen als het snel gaat. Maar op het jaarlijkse diner en het clubkampioenschap, waar de kampioen verkozen wordt op basis van het aantal kilometers dat hij reed en naargelang zijn prestaties in enkele ludieke opdrachten, vermengen al die leeftijdscategorieën zich probleemloos.”

"De oudjes kunnen vlot mee. Het zijn de veertigers die soms moeten lossen."

“Op die activiteiten zijn de vrouwen uiteraard van harte welkom. Ook als we op reis gaan zijn ze van de partij. We gaan bijvoorbeeld elk jaar afwisselend naar de Ardennen en de kust, voor een weekendje. Dat is altijd een succes: dit jaar gaan er 39 volwassenen, en zelfs 12 kinderen mee. Terwijl de mannen dan fietsen, doen de vrouwen andere activiteiten.”

 Cols 

“We doen ook het buitenland aan: drie jaar terug gingen we met de club naar Mallorca. Dat is het Limburg van Spanje, je kan er prachtige fietstochten maken. Trajecten uittekenen in het buitenland is wel moeilijker, maar ook plezant. Zo ben ik ooit met vier vrienden naar Lourdes gefietst op vijf dagen. Dat was goed georganiseerd, met twee begeleiders, een camionette… Het enige waar wij ons mee moesten bezighouden, was fietsen. Nu leeft het idee binnen de club om nog eens iets dergelijks te doen. Ze willen naar de Pyreneeën, om daar enkele cols te doen. Ik ben daar zelf te oud voor geworden, maar zou graag de begeleiding op mij nemen, en eventueel hier en daar eens meefietsen. Zo’n berg oprijden bij stralend weer… Dat is echt het summum.”