![]() |
| (Foto: deredactie) |
Volgende week viert de abortuswet haar 25e verjaardag. Dat betekent dat minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) een speciaal cadeautje krijgt: een eisenpakket van de abortuscentra. Ze vragen dan ook om een update van de wet - een eis waar ook gemeenschapssenator Jean-Jacques De Gucht (Open VLD) zich in kan vinden. "Dat vrouwen en hulpverleners vandaag nog steeds vervolgd kunnen worden voor een afbreking, is ronduit bizar." (25 maart '15)
Volgende week viert de abortuswet haar 25e verjaardag. Dat betekent dat minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) een speciaal cadeautje krijgt: een eisenpakket van de abortuscentra. Zij trekken aan de alarmbel omdat steeds meer Belgische vrouwen naar Nederland of Engeland trekken voor een zwangerschapsafbreking. In België kan dat maar tot 12 weken na de bevruchting, in het buitenland kan dat tot de 24e zwangerschapsweek.
Volgende week viert de abortuswet haar 25e verjaardag. Dat betekent dat minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) een speciaal cadeautje krijgt: een eisenpakket van de abortuscentra. Zij trekken aan de alarmbel omdat steeds meer Belgische vrouwen naar Nederland of Engeland trekken voor een zwangerschapsafbreking. In België kan dat maar tot 12 weken na de bevruchting, in het buitenland kan dat tot de 24e zwangerschapsweek.
De abortuscentra vinden dat België op die manier
zijn verantwoordelijkheid ontloopt, en het probleem exporteert. Ze vragen dan
ook om een update van de wet - een eis waar ook gemeenschapssenator
Jean-Jacques De Gucht (Open VLD) zich in kan vinden. "Een eerste
belangrijke stap zou zijn om abortus uit het strafrecht te halen. Vrouwen en
hulpverleners kunnen vandaag nog steeds strafrechtelijk vervolgd worden voor
een afbreking, terwijl die wet al twee decennia bestaat. Dat is ronduit
bizar."
Een uitbreiding van de abortusperiode zou
twijfelaars meer respijt gunnen. Maar is dat wel wenselijk? Na twaalf weken
zijn de organen van een foetus immers al volgroeid, en wordt de procedure ook
voor de moeder behoorlijk ingrijpend.
DE GUCHT: "Als mensen naar het buitenland trekken om daar die behandeling
te volgen, is dat voldoende indicatie dat we onze wetgeving moet aanpassen. Die
vraag komt ook vanuit het werkveld, dus lijkt het me geen slecht idee om die
uitbreiding mogelijk te maken. Maar het is ook belangrijk wat we meer aandacht
besteden aan de mensen die voor psychologische en geneeskundige bijstand
zorgen. Zij moeten een goed informatiekanaal worden voor zwangere vrouwen. Dat
zou al veel problematische situaties uit de wereld kunnen helpen."
UZ Gent-gynaecologe Kristien Roelens pleitte
onlangs nog voor het schrappen van de tijdslimiet op abortussen. Is er een
ethische grens voor abortus?
DE GUCHT: "Daar kan ik mij
pas uitspreken als ik over alle informatie beschik. Daarom is het noodzakelijk
dat wij, als wetgever, in dialoog treden met alle betrokkenen uit het werkveld
om te bekijken wat de beste oplossing is."
Het probleem is dat het werkveld de violen niet
gestemd krijgt: de ene pleit voor 12 weken, de andere voor 24, nog een andere
voor een schrapping.
DE GUCHT: "Natuurlijk zijn er altijd voor en tegenstanders, maar die
plooien moet je gladstrijken in een dialoog."
KU Leuven-ethicus Paul Schotsmans wil ook meer
duidelijkheid over abortussen om medische redenen. Als een kind bijvoorbeeld
met een handicap dreigt geboren te worden, kan abortus in België tot vlak voor
de bevalling. Maar die eindbeslissing ligt volgens Schotsmans te vaak bij de
arts, die niet voldoende richtlijnen heeft.
DE GUCHT: "Ik denk dat het zeer moeilijk is om zulke dingen volledig te
objectiveren. Je moet een stuk vrijheid laten aan het medisch team dat
behandelt om met de ouders in dialoog te treden. Ik pleit niet voor een 'grijze
zone', maar als je daar te veel in vastlegt, zorg je er ook voor dat er gevallen
zullen opduiken die voor interpretatie vatbaar zijn. Dan beland je in een
eindeloze discussie, terwijl het misschien medisch noodzakelijk is om in te
grijpen."
Volgens Schotsmans is er sprake van een hellend
vlak: hoe soepeler abortussen worden, hoe meer ouders geneigd zijn om
potentieel zieke kinderen te dumpen. Jo Lebeer, docent handicapstudies aan de
UA, meent zelfs dat we bezig zijn kinderen met Down systematisch uit te roeien.
DE GUCHT: "Dergelijke uitspraken vind ik altijd zeer gevaarlijk. Met de
huidige tests kan je met grote zekerheid vaststellen of een kind zal geboren
worden met downsyndroom. Dan vind ik dat je de ouders de keuze moet laten of ze
ervoor willen zorgen of niet. Als je dan zegt dat je niet mag afbreken, dan zet
je gans de redenering van medische abortus op de helling. Ik heb veel liever
dat ouders kiezen voor een afbreking dan dat een kind geboren wordt dat niet op
de juiste manier verzorgd zou kunnen worden. Dat lijkt me eigenlijk
evident."
"Wettelijke kaders zorgen niet voor een
hellend vlak: ze zorgen ervoor dat je kan controleren. Dat zie je bij de
euthanasiewetgeving: daar wordt heus niet zo lichtzinnig mee omgesprongen als
sommigen vreesden. Het alternatief is alles overlaten aan de geneeskunde. Dan
moet je hopen dat je bij een arts terecht komt die open staat om je te helpen
als er een probleem is. En dat leidt alleen maar tot chaos."
