INTERVIEW // Kamiel Sergant roemt Aalsterse cohesie // “Dit is een unieke stad”
Kamiel Sergant. (Foto: CVG)
In 2009 vieren de Aalstenaars de veertigste verjaardag van de kroning van hun Keizer Carnaval: Kamiel Sergant. Een man met een hart voor Carnaval, voor mensen en vooral: voor zijn stad. “Iedereen helpt hier iedereen!”
U woont al 74 jaar in Aalst, dan bent u ongetwijfeld vergroeid met de stad?
Kamiel Sergant: “Ik ben inderdaad geboren en getogen aan de oevers van de Dender. Ook mijn familie woont hier al eeuwen: mijn oom was zelfs carnavalist bij één van de eerste carnavalgroepen: de Gèsdoikers. Ik heb de oorlog meegemaakt als jonge gast, en heb veel mensen zien verkommeren in armoede. Maar zo leer je je stad ook liefhebben: iedereen helpt iedereen, en zo word je één grote sociale familie. Vooral op de achtergestelde rechteroever gold dat credo.”
Is die sociale cohesie dan typisch voor Aalst?
Sergant: “Dat denk ik wel. Er zijn weinig steden waar de cohesie tussen de mensen zo groot is. Met Mensen helpen Mensen delen we aan honderden minderbedeelden voedsel en kleren uit, maar daarbij worden we ook bijgestaan door honderden vrijwilligers!”
"Iedereen helpt iedereen in Aalst"
“In die zin is carnaval een begrip geworden: het is het hoogtepunt van negen maand samenwerking van 4000 mensen die daar tijd, geld en creativiteit in steken. We hebben uiteraard ook mooie gebouwen, zoals ons belfort of ons schepenhuis, maar de echte liefde voor de stad komt door dat geweldige sociale gevoel. Iedereen helpt iedereen in Aalst.”
“Dat Aalsterse chauvinisme, daar word je niet noodzakelijk mee geboren, je kweekt dat door hier te leven. Het beste bewijs zijn de allochtonen die uit een grootstad, of zelfs maar uit een kleine gemeente komen. Sinds ze in Aalst wonen, zeggen ze “hier gaan we nooit meer weg”. De mensen zijn hier opener, hebben een humoristischer kijk op alles. Dit is een unieke stad.”
U bent dit jaar veertig jaar Keizer Carnaval, nadat u driemaal de Prinsenverkiezing won. In ’62 was u zelfs de eerste kandidaat die liedjes zong én dialect sprak!
Sergant: “Dat was vanuit een zekere fierheid op de Aalsterse eigenheid. De Aalstenaar was volks en hield niet van het elitaire dat de Rederijkerskamers van de Prinsenverkiezing maakten. Toen ik de eerste keer meedeed, werk ik nog afgerekend op dat dialect, maar het jaar erop sloot de jury me in zijn armen. En zo herwon de Prinsenverkiezing zijn eigenheid.”
Wat wenst u Aalst nog toe?
Sergant: “Waar het al jaren misloopt in Aalst, is in de politiek. We hebben een tripartite gemeentebestuur en een scheur in de liberale partij. De partijen zijn verzuurd, de bestuursmensen spreken niet tegen mekaar, of ze spreken mekaar alleen tegen. Zo duurt het járen vooraleer er iets gerealiseerd wordt. Iedereen werkt samen in Aalst, waarom kan het bestuur dat dan niet?”
